Ga direct naar inhoud

Deel via social media

‘t Spijkerboor verhaal-Periode 1954

Engel Speelman, geboren op 16 augustus 1933, was militair radiomonteur en o.a. gestationeerd op fort bij Spijkerboor na de Tweede Wereldoorlog. Het fort had destijds een functie als Radio straalzender van de Nederlandse luchtmacht. Het Waterlands Archief beschikt over een brief waarin dhr. Engelsman schreef over het leven op en rond het fort. Met toestemming van de familie delen we graag zijn belevenissen. 

Terug naar Verhalen

Eind maart 1954 geslaagd voor examen elektronica met specialiteit –Straalzenders- en geplaatst in Appingedam. Collega geplaatst op het fort Spijkerboor. Deze woonde in Leeuwarden en betrokkene in Arnhem. Om een betere plaatsing te verkrijgen t.o.v. woonplaats, werd besloten om te ruilen van standplaats. Zodoende kwam betrokkene in Spijkerboor terecht.

Dit was een Engels radio-radar detachement, die het e.e.a. regelde v.w.b. de Engelse militaire vliegbewegingen. Het detachement bestond uit 1 officier, 1 warrant officer (adjudant), 1 sergeant majoor en verder 24 onder officieren, korporaals en soldaten

Er waren daarnaast 3 Hollandse militairen aanwezig t.b.v. het straalzender station, t.w. 1 “baas” en 2 soldaten. De beide soldaten werkten in ploegendienst en mochten ‘s-nachts zich ter ruste begeven. Zo gauw er problemen met de apparatuur ontstonden werden zij gewekt door alarmbellen en konden de problemen oplossen. Dit alarmering was ook naar buiten uitgevoerd, zodat zij zich niet te allen tijde bij de apparatuur aanwezig behoefden te zijn en konden gaan vissen in de slotgracht.

Spijkerboor stond radio technisch aan de ene kant van de verbinding met Schellinghout en aan de andere kant met Hilversum en heeft bestaan van 1953 t/m 2000. Door de komst van glasvezelkabels en digitale apparatuur en modernisering van straalzenderverbindingen, zijn alle straalzenderstations in 2000 verdwenen.

In de slotgracht mocht alleen gevist worden door mensen op het fort. Ook rondom de slotgracht was het verboden gebied. Een visser uit De Rijp had daar voor vele duizenden guldens vis in gepoot direct na de oorlog, maar mocht sinds de komst van de Engelse militairen daar niet meer vissen, zodat het een lustoord was om te vissen. Karpers, snoekbaars, snoek, witvis en heel veel paling. Peuren bij de brug en lijntjes leggen vanuit een kano, was een heel leuke bezigheid. Als betrokkene een vrij weekend had om de 14 dagen, ging er vaak een pondje verse paling mee naar huis. Ook het bakken van een visje gebeurde regelmatig in de keuken van het poortwachtershuisje, alwaar toen de bewaking en de keuken was gelegen. De vis werd eerst in een oude badkuip gedeponeerd, die achter de schutkoker van de nationale reserve stond, om van de grondige smaak af te komen.

De Engelse consul kwam er wel eens vissen, alsmede de kapper en de bakker uit De Rijp omdat zij hun diensten op het fort verleenden aan de Engelse militairen. De Nationale reserve kwam donderdagavond altijd schieten in de schietkoker en een borreltje drinken.

Het was ook een baken van de KLM. Personeel van de KLM kwamen af en toe ook wel eens een kijkje nemen.

Ook was er een opslagplaats van Nederlands militair materiaal in het fort, zodat er af en toe ook nog wel eens een landmacht truck op het terrein verscheen.

Op donderdag, maar soms ook op dinsdag, ging er altijd een Volkswagenbusje naar Hoek van Holland, waar een Engels kamp was gevestigd voor Europa, om daar de nodige eterij, drinkerij, post en wat zoal op Spijkerboor nodig was, op te halen. Eén van de 2 soldaten van ons ging dan altijd mee voor zgn. hand- en spandiensten.

Zoals dat bij de Engelse en ook bij de Nederlandse defensie te doen gebruikelijk was, werd ook op het fort elke morgen de vlag gehesen en daar hoorden wij dus ook bij. Dit gebeurde buiten de slotgracht, rechts van de slotbrug, waar toen een grote loods stond met daarvoor een soort appelplaats met vlagenstok. Het was dus: “God save the Queen”. In deze loods was ook de werkruimte van de Engelsen.

We sliepen in de huidige vakantie barak van de politie. Het voorste gedeelte was kantine en werd er ontbeten en natuurlijk de feestjes gebouwd. De Engelse warme hap werd in het poortwachtershuisje in ploegjes genuttigd

Sporten was er eigenlijk niet. Men moest dat zelf maar regelen. Er was wel een echt voetbalelftal, die altijd trainde aan de rechterkant van het fort. Dit elftal was nogal bekend in de omgeving en er werd dan ook vaak tegen de lokale clubs gespeeld en heel vaak met groot succes. Men werd zelf opgenomen in een afdeling van de KNVB. Welke weet ik niet meer.

Vervoer naar huis ging per openbaar vervoer naar Purmerend en dan verder. Dat was altijd op donderdagmiddag en je moest dan dinsdagavond terugkomen. Je had dan dienst van dinsdagavond t/m donderdagmorgen een week later in ploegendienst of zoals je dat had geregeld. De dienst was niet zwaar, alleen je moest er zijn als er iets met de apparatuur aan de hand was, wat verholpen moest worden. Er was altijd één van de drie militairen van ons aanwezig.

Door: Engel Speelman

De straalzenders stonden in verbinding met de Rosiniebunker in Hilversum. Dit is de oude Duitse Atlantikwall commandobunker. Deze bunker wordt ook wel de Blaskowitsbunker genoemd.

Dit zijn de plaatsen met dwarsverbindingen:Hilversum

Spijkerboor
Schellinkhout
Den Helder
Den Ouver
Leeuwarden
Appingendam
Hooghalen
Lemelerberg
Twente vliegveld
Millingen
Hilversum
Schoonhoven
Voorschoten
Willemstad
Gilse Rijen
Woensdrecht
Goes tijdens de waternoodramp
Eindhoven
Volkel
Groesbeek
Deelen
Hilversum

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
Ben je geen robot? Los dit simpele sommetje op: *
12 - 8 =
Ook de gratis nieuwsbrief van de Stelling van Amsterdam ontvangen?
Schrijf je in  
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.