Ga direct naar inhoud

Fort aan den Ham: Fortbezoek

Verhaal: Jeanet Draafsel, Evean Noordse Balk
Fort aan den Ham
Na de zomervakantie bereikten mij  2 verschillende verzoeken: de vrijwilligers van Fort ‘Aan Den Ham’ hadden het idee opgevat om het Fort speciaal open te stellen voor ouderen uit de streek. Vanuit het Trias VMBO uit Krommenie zochten ze een plek waar leerlingen 3 keer vrijwilligerswerk, de maatschappelijke stage, konden doen. Een combinatie werd geboren.

Op 3 oktober meldden zich 3 jongens en een meisje bij Evean Noordse Balk. Na een korte introductie over het verpleeghuis kregen ze ‘rolstoelrijles’, waarbij ze omstebeurt elkaar in de omgeving van het gebouw rondreden. Grote hilariteit, maar ook een nieuwe ervaring met een serieuze ondertoon. Het rolstoel- rijden werd meteen in de praktijk gebracht door bewoners te halen voor een film over de Stelling van Amsterdam. In eerste instantie was het de bedoeling om een klein groepjes geïnteresseerde bewoners te halen, maar de zaal zat vol.

10 Oktober togen de leerlingen naar het Fort, waar ze een rondleiding kregen en oefenden om zelf zaken over het Fort te vertellen. 17 oktober reisden 6 bewoners, 1 dame en 5 heren, naar het Fort. Iedereen kende het Fort bij ‘de Krokodil’ in Krommenie aan de andere kant van de spoorlijn, maar de meesten waren er nog nooit geweest. Al tijdens de koffie kwamen er bijzondere verhalen naar boven. De vader van een van de heren onderhield een Fort in De Beemster, en hij had er als jongen menig uurtje doorgebracht. Van een ander had zijn vader in Fort ‘Aan den Ham’ gewerkt. Ook kende hij de voormalige fortwachter. De leerlingen namen allen een bewoner onder hun hoede. De contacten verliepen prima. Leerlingen en bewoners wisselden kennis en ervaringen uit over het Fort, maar ook over de exposities van het Nederlandse leger in Indië, communicatieapparatuur en de inrichting.
Een bijzondere middag met bijzondere contacten en ervaringen, waarover alle betrokkenen zeer tevreden waren.

En….zeker voor herhaling vatbaar. De vrijwilligers van Fort ‘Aan Den Ham en bewoners zijn er klaar voor, er liggen al diverse verzoeken om er ook eens heen te kunnen. De begeleiding met en door leerlingen geeft dit project een bijzonder tintje. Ik hoop dat er nog vele excursies zullen volgen.

Geüpload 30-10-2012

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.