Ga direct naar inhoud

Rondje Veerplas

wandelroute(6 km)

Wandelen langs de oostelijke rand van Haarlem
print pdf export

Geef aan welk onderdeel u wilt meenemen bij het afdrukken:

Onderdeel *

Geef aan welk onderdeel u wilt meenemen in de PDF:

Onderdeel *

Omschrijving

Deze route is een korte rondwandeling langs de oostelijke rand van Haarlem. In Nederland is alles cultuur. Dat blijkt eens te meer tijdens deze wandeling. Zelfs de prachtige plassen en moerassen zijn het resultaat van menselijk ingrijpen. Niet dat het uitmaakt, want mooi is het. Graskades, waterranden en weidevelden en steeds de buitenwijken van Haarlem op de achtergrond. De wandeling gaat langs restanten van de oude Veerplas en de Veerpolder, een uit de Middeleeuwen stammende inpoldering. Een heel mooie wandeling voor de zondagmiddag. Vooral in het voorjaar wemelt het hier van de weidevogels. Molen De Veer, een achtkantige bovenkruier uit 1701, werd gebruikt om de polder droog te houden. U maakt tijdens deze relatief korte wandeling kennis met twee forten: Fort bij Penningsveer en Fort bij de Liebrug.

Fort Penningsveer is opgeknapt tot een uniek buitenverblijf met groepsaccommodaties, waar particulieren, scholen, verenigingen en bedrijven gebruik van kunnen maken voor activiteiten met betrekking tot zorg, leren, werken en recreëren. In Fort bij de Liebrug worden regelmatig wijnproeverijen in het weekeinde gehouden. Kom gerust even kijken!

Start- en eindpunt NS-station Haarlem-Spaarnwoude
Routebeschrijving voor lopen naar Liedeweg

  1. Ga oostelijk op Veerpad richting Bliekpad
  2. Sla linksaf naar de Bliekpad
  3. Ga oostelijk op A. Hofmanweg
  4. Ga westelijk op A. Hofmanweg richting Bliekpad
  5. Sla rechtsaf naar de Bliekpad
  6. Ga noordwestelijk op Bliekpad richting Prikpad
  7. Ga noordelijke richting A. Hofmanweg
  8. Sla rechtsaf naar de A. Hofmanweg
  9. Flauwe bocht naar links
  10. Ga noordoostelijke richting Karperpad
  11. Sla rechtsaf naar de Karperpad
  12. Ga zuidelijke op Karperpad richting Meervalpad
  13. Sla linksaf om op de Karperpad te blijven
  14. Ga zuidoostelijke op Karperpad richting Penningsveer/R106
  15. Sla linksaf naar de Penningsveer/R106
  16. Ga oostelijke op Penningsveer/R106 richting Lagedijk
  17. Sla rechtsaf naar de Lagedijk
  18. Weg vervolgen naar Liedeweg

Forten in deze route

Activiteiten in deze route

Routebeschrijving

Route B

Tags bij deze route

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.