Ga direct naar inhoud
Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

De Westelijke Frontroute

fietsroute

Fietsen langs de Stelling van Amsterdam
lengte: 38 km
print pdf export

Geef aan welk onderdeel u wilt meenemen bij het afdrukken:

Onderdeel *

Geef aan welk onderdeel u wilt meenemen in de PDF:

Onderdeel *

Omschrijving

Vanaf Beverwijk door de Zaanstreek en via het Noordzeekanaal weer terug naar Beverwijk.

Fietsknooppunten op deze route

6
40
37
38
85
84
87
86
90
63
68
67
10
6

Overige bezienswaardigheden

  • 1Coupure
    In de wal zijn op meerdere plaatsen doorbrekingen om het voorliggende gebied te kunnen bereiken, coupures genaamd. Aan weerzijden zijn zandophogingen te zien. Deze dienden om de coupure te kunnen dichten.
  • 2Coupure
    In de wal zijn op meerdere plaatsen doorbrekingen om het voorliggende gebied te kunnen bereiken, coupures genaamd. Aan weerzijden zijn zandophogingen te zien. Deze dienden om de coupure te kunnen dichten.
  • 3Nevenbatterij
    Deze batterijen werden tussen 1903 en 1908 aangelegd en waren bestemd voor opstelling van het veldgeschut. Door de uitvinding van het rookloze buskruit werd positiebepaling niet meer mogelijk en behoefde het geschut niet langer te worden beschermd en kon op elk gewenste plek in het veld worden opgesteld. Ter verbetering van de grondgesteldheid werden bij de forten zanddepots aangelegd.
  • 4Kruitmagazijn
    Gebouwd in 1895. Op korte afstand van het magazijn in zuidelijke richting is in de dijk een scherpe bocht naar buiten. Op deze plaats was een aarden batterij.
  • 5Nevenbatterij
    Deze batterijen werden tussen 1903 en 1908 aangelegd en waren bestemd voor opstelling van het veldgeschut. Door de uitvinding van het rookloze buskruit werd positiebepaling niet meer mogelijk en behoefde het geschut niet langer te worden beschermd en kon op elk gewenste plek in het veld worden opgesteld. Ter verbetering van de grondgesteldheid werden bij de forten zanddepots aangelegd.
  • 6Nevenbatterij
    Deze batterijen werden tussen 1903 en 1908 aangelegd en waren bestemd voor opstelling van het veldgeschut. Door de uitvinding van het rookloze buskruit werd positiebepaling niet meer mogelijk en behoefde het geschut niet langer te worden beschermd en kon op elk gewenste plek in het veld worden opgesteld. Ter verbetering van de grondgesteldheid werden bij de forten zanddepots aangelegd.
  • 7Boerensluis
    Ingericht om de polder onder water te kunnen zetten.
  • 8Schutsluis
    Ingericht om de polders onder water te kunnen zetten.
  • 9Het Rechthuis
    Was van 1830 tot 1974 in gebruik als raadhuis.
  • 10Hervormde Kerk
    Kruiskerk uit 1740
  • 11Doopsgezinde Noordervermaning
    Thans van de Gereformeerde Gemeente, een houten gebouw. Gebouwd in 1695. Beide gebouwen wijken af van het gebruikelijke kerkgebouw. Het was de Doopsgezinden tot 1824 niet toegestaan om kerkgebouwen te bouwen die als zodanig ook vanaf de openbare weg zichtbaar waren. Dit gold toen ook voor de Katholieke kerken. De Noordervermaning heeft in 1850 zijn stenen voorgevel gekregen.
  • 12Doopsgezinde Zuidervermaning
    Groot houten gebouw uit 1731.
  • 13Coupure
    In de wal zijn op meerdere plaatsen doorbrekingen om het voorliggende gebied te kunnen bereiken, coupures genaamd. Aan weerzijden zijn zandophogingen te zien. Deze dienden om de coupure te kunnen dichten.
  • 14Damsluis
    Een damsluis verbindt de waterlopen, die door de aanleg van de liniewal werden doorsneden. Een dergelijke sluis kon met balken worden afgesloten.
  • 15Coupure
    In de wal zijn op meerdere plaatsen doorbrekingen om het voorliggende gebied te kunnen bereiken, coupures genaamd. Aan weerzijden zijn zandophogingen te zien. Deze dienden om de coupure te kunnen dichten.
  • 16Damsluis
    Een damsluis verbindt de waterlopen, die door de aanleg van de liniewal werden doorsneden. Een dergelijke sluis kon met balken worden afgesloten. Bij de damsluis nabij de Kagerweg zijn deze schotbalken nog te zien.
  • 17Damsluis
    Een damsluis verbindt de waterlopen, die door de aanleg van de liniewal werden doorsneden. Een dergelijke sluis kon met balken worden afgesloten.
  • 18Coupure
    In de wal zijn op meerdere plaatsen doorbrekingen om het voorliggende gebied te kunnen bereiken, coupures genaamd. Aan weerzijden zijn zandophogingen te zien. Deze dienden om de coupure te kunnen dichten.

Activiteiten in deze route

Routebeschrijving

Route B

naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.