Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

Fort bij Spijkerboor

Fort bij Spijkerboor is het enige fort van de Stelling waarvan de pantserkoepel kan worden bezichtigd. De twee kanonnen met een kaliber van 10,5 cm hadden een bereik van 10 km. Het twee verdiepingen tellende fort diende enkele korte perioden als strafgevangenis; tijdens de oorlog als huis van bewaring voor militairen, na de oorlog zaten in het fort Nederlanders opgesloten die met de bezetter hadden samengewerkt. Uit die tijd dateren de tralies, net als de wandschilderingen in de poterne. Vanaf 1947 werden dienstweigeraars voor Nederlands-Indië in het fort ondergebracht. Het fort is recentelijk gerestaureerd. Fort bij Spijkerboor werd gebouwd als verdediging van de dijken langs de Beemsterringvaart en het Noord-Hollands Kanaal met de daarlangs lopende wegen. Het verdedigbaar aardwerk was in 1895 gereed. Het bomvrije gebouw werd in 1911 opgeleverd. Het fort was het hoofdsteunpunt voor het noordelijk deel van de Stelling van Amsterdam.

Het fort is doorgaans niet vrij toegankelijk. Als het fort open is, wordt dit bij het begin van de toegangsweg aangegeven. Voor excursies in en om het fort kunt u zoeken in de agenda van www.natuurmonumenten.nl.

Bezoekers kunnen te allen tijde een rondwandeling langs de buitenkant van de fortgracht maken. Het fort is alleen op de begane grond rolstoeltoegankelijk. U kunt parkeren aan de Westdijk en loopt het laatste stukje (ca. 300 meter). Alleen minder validen mogen doorrijden, langs de slagboom naar het toegangshek van het fort en daar parkeren. Fietsers mogen altijd doorrijden, bij het toegangshek kunt u de fiets stallen. www.fortspijkerboor.nl


Rolstoelvriendelijk: Ja. 

naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.