Ga direct naar inhoud

Deel via social media

Aantal vleermuizen Fort bij Abcoude verdubbeld

16 februari

De jaarlijkse vleermuizentelling op Fort bij Abcoude eindigde voor de boswachters en de vrijwilligers met een aangename verrassing: dit jaar is namelijk het aantal vleermuizen verdubbeld in vergelijking met 2020 (in 2021 zijn geen tellingen gedaan in verband met corona).

Ook op Fort Kijkuit was de populatie overwinterende vleermuizen twee keer zo groot dan in 2020. Terwijl in 2020 31 vleermuizen op het Fort bij Abcoude zijn aangetroffen, overwinteren dit jaar maar liefst 66 exemplaren op het fort.

Sinds 2008 inventariseert Natuurmonumenten hier overwinterende vleermuizen en alleen in 2013 en 2014 waren er hogere aantallen overwinteraars geteld. Ook een mooie constatering: op het fort overwinteren nu vijf verschillende soorten vleermuizen: 26 baardvleermuizen, 5 watervleermuizen, 2 grootoorvleermuizen, 32 gewone dwergvleermuizen en 1 ruige dwergvleermuis.

Helaas was het niet op elk fort feest. De populatie op Fort Hinderdam blijft met twee baardvleermuizen extreem laag. De boswachters denken dat de boom- of steenmarter, die op het forteiland leeft, de oorzaak van de lage populatie is. Ook het aantal vleermuizen in het torenfort van Fort Nieuwersluis bleef met 30 overwinteraars redelijk stabiel.

Forten zijn vaak ideale overwinteringsplekken voor veel vleermuizen, omdat het vochtig is en de temperatuur er constant blijft. Om forten extra aantrekkelijk te maken voor vleermuizen die een goede overwinteringsplaats zoeken, treft Natuurmonumenten allerlei maatregelen. Omdat sommige vleermuizen tijdens het overwinteren graag van de voor- en achterkant dekking hebben, zijn nieuwe schuilplekken langs de binnenwanden gecreëerd. Ook zorgen Natuurmonumenten er voor dat de dieren niet uitdrogen door de luchtvochtigheid in de winterverblijven hoog te houden. Door middel van het plaatsen van speciale stenen aan het plafond van de gebouwen op Fort Hinderdam gaat Natuurmonumenten hangplekken creëren waar de marter niet bij kan. Natuurmonumenten hoopt dat hierdoor het aantal vleermuizen stijgt.

Bron: RTV Ronde Venen – AANTAL VLEERMUIZEN FORT BIJ ABCOUDE VERDUBBELD

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
Ben je geen robot? Los dit simpele sommetje op: *
12 + 1 =
Ook de gratis nieuwsbrief van de Stelling van Amsterdam ontvangen?
Schrijf je in  
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.