Ga direct naar inhoud

Deel via social media

De Hollandse Waterlinies zijn nu UNESCO Werelderfgoed

26 juli

Op 26 juli heeft het Werelderfgoedcomité besloten om de Hollandse Waterlinies de werelderfgoedstatus te verlenen. Dit is de uitbreiding van het werelderfgoed van de Stelling van Amsterdam met de Nieuw Hollandse Waterlinie. Samen vormen ze nu de Hollandse Waterlinies.

De Linieprovincies en het Rijk zijn zeer verheugd met dit besluit. Het totale verhaal van de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie: verdediging van het land met water als bondgenoot, is nu internationaal erkend als uniek en onvervangbaar.

Gedeputeerde Zita Pels, voorzitter liniecommissie: “We zijn ontzettend trots dat de Werelderfgoedstatus van de Stelling van Amsterdam nu uitgebreid is met De Nieuwe Hollandse Waterlinie. Als vier provincies zetten we ons al jaren in voor de bescherming, het behoud en het versterken van dit unieke stukje Nederland. We zijn dankbaar dat deze inzet nu is beloond door het Werelderfgoedcomité en we hopen dat er veel mensen van over de hele wereld De Hollandse Waterlinies komen bewonderen.”

Spannend tot het eind
Het was tot het eind toe spannend wat het Werelderfgoedcomité zou besluiten. ICOMOS, het adviesorgaan van UNESCO heeft in juni geadviseerd om nog niet direct in te schrijven, een referral. Wel gaven ze daarbij aan dat ze de uitbreiding Werelderfgoedwaardig vinden en dat er nog nader aandacht moet worden besteed aan de bescherming. De vier provincies hebben nogmaals kenbaar gemaakt hoe ze reeds bescherming geven aan dit bijzondere erfgoed. Ook is voorgesteld een aantal adviezen van ICOMOS voor een aantal specifieke plekken op te volgen en in overleg met de partners verder uit te werken. Dit heeft voor het Werelderfgoedcomité de doorslag gegeven om de Werelderfgoedstatus toe te kennen.

Kroon op het vele werk
Na jarenlange inzet is dit een kroon op het werk van velen. Al voor de inschrijving van de Stelling van Amsterdam als Werelderfgoed in 1996 werd er gesproken over de nominatie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In 2011 kwam de Nieuwe Hollandse Waterlinie op de voorlopige lijst voor een UNESCO-nominatie. In 2014 hebben de waterlinie-provincies Noord-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant in het Pact van Altena vastgelegd samen de nominatie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, als uitbreiding op de Stelling van Amsterdam, voor te bereiden. In 2017 was het nominatiedossier bijna klaar om in te dienen toen het advies van ICOMOS kwam om de grenswijzigingen voor de Stelling van Amsterdam samen te voegen met de aanvraag voor de uitbreiding met de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Om dit goed en zorgvuldig te kunnen doen, is toen met het Rijk besloten de nominatie een jaar later in te dienen. In januari 2019 werd het dossier ingediend bij UNESCO in Parijs. Door Covid-19 vond er geen vergadering van het Werelderfgoedcomité plaats in 2020. En nu is dan eindelijk het besluit gevallen en zijn de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie een Werelderfgoed: de Hollandse Waterlinies.

FEITEN EN CIJFERS HOLLANDSE WATERLINIES
• Stelling van Amsterdam 135 km + Nieuwe Hollandse Waterlinie 85 km = samen 220 kilometer lang
• 96 forten met verboden kringen, inclusief 2 kastelen en 6 vestingen
• Groen lint langs de Randstad en Amsterdam van 1 tot 5 km breed
• Ruim 1000 betonnen werken; bunkers, kazematten en groepsschuilplaatsen
• 9 inundatiekommen
• Ingenieus watermanagementsysteem met ruim 100 militaire sluizen, dijken en kanalen

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
Ben je geen robot? Los dit simpele sommetje op: *
19 + 11 =
Ook de gratis nieuwsbrief van de Stelling van Amsterdam ontvangen?
Schrijf je in  
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.