Ga direct naar inhoud

Deel via social media

'Testen voor toegang' op Fort bij Aalsmeer

7 april

Wie naar cultuur snakt, kan de komende periode één van de forten of kastelen in Nederland bezoeken!

Bezoekers kunnen op de website van het deelnemende locatie een tijd reserveren en worden daarna geleid naar de afsprakenplanner van de gratis sneltest in de buurt. Met een negatief testbewijs dat maximaal 40 uur oud is, kan men vervolgens het cultureel erfgoed betreden. De locaties doen mee aan een pilot, die in de cultuursector plaatsvindt om ervaringen op te doen met (snel)test-infrastructuur. Uit voorzorg blijft het protocol monumenten wel van kracht en wordt het publiek gevraagd de 1,5 meter afstand in acht te nemen. 

In de Stelling van Amsterdam kun je naar Crash Air war - and Resistance Museum '40-45' op Fort bij Aalsmeer. 

CRASH Luchtoorlog- en verzetsmuseum ’40-’45 doet mee aan een proefopenstelling in het kader van het onderzoeken van mogelijkheden om in de tijd van COVID-19 open te kunnen. Zodoende zal het museum op 9, 10 en 11 april open zijn onder een streng gereguleerd project met volle inachtneming van de Corona-richtlijnen. Het CRASH Museum bestaat dit jaar 30 jaar. Van 9 t/m 11 april ben je van harte welkom van 11:00 uur tot 16:00 uur. Een voorwaarde voor bezoek is dat alle bezoekers van ons museum in het bezit zijn van een snel test waarmee u kunt aantonen niet met corona te zijn besmet. Die test mag maximaal 40 uur oud zijn.

Het museum bevat een unieke collectie voorwerpen en documentatie over de Tweede Wereldoorlog en dan vooral over de luchtoorlog boven Nederland en over het verzet. Er is een aantal vaste exposities te bekijken over de Meidagen van 1940, de lucht oorlog, het verzet en onderduiken. Daarnaast zijn er tijdelijke exposities met wisselende onderwerpen. Ook is er een radiokamer waar regelmatig wereldwijd contact wordt gelegd met oude zend-ontvangers uit de Tweede Wereldoorlog.

Reserveer je kaarten voor bezoek: Kaarten reserveren

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
Ben je geen robot? Los dit simpele sommetje op: *
5 + 3 =
Ook de gratis nieuwsbrief van de Stelling van Amsterdam ontvangen?
Schrijf je in  
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.