Ga direct naar inhoud

Deel via social media

BankGiro Loterij steunt Pampus met € 200.000

16 maart

Forteiland Pampus heeft een bijdrage van € 200.000 ontvangen vanuit de BankGiro Loterij voor de vernieuwing van zijn entreegebouw. De BankGiro Loterij steunt initiatieven die midden in de maatschappij staan en extra financiële hulp verdienen. Met deze bijdrage is de realisatie van dit bijzondere nieuwe gebouw op Pampus een grote stap dichterbij gekomen. Pampus ontvangt jaarlijks ruim 60.000 bezoekers en is bezig met een grootschalig transformatieprogramma om het eiland toekomstbestendig te maken.

Het nieuwe entreegebouw: spectaculair door zijn eenvoud
Ontworpen door Paul de Ruiter Architects is het nieuwe, circulaire entreegebouw deels verzonken in de aarden wal rond het fort. Door het gebouw ondergronds aan te leggen, krijgt het erfgoed op Pampus, onderdeel van UNESCO werelderfgoed Stelling van Amsterdam, weer alle ruimte. De transparante glasgevel van het bouwwerk gaat een brug slaan tussen heden en verleden en versterkt de kwaliteit én uitstraling van het forteiland als geheel. Het nieuwe paviljoen stelt Pampus in staat om in de toekomst maar liefst 100.000 bezoekers per jaar te ontvangen.

Tom van Nouhuys, directeur Stichting Forteiland Pampus: "Dankzij de BankGiro Loterij blijft Pampus ook in de toekomst de ultieme plek om uit te waaien en je te laten inspireren door alle verhalen van dit UNESCO-werelderfgoed!"

400 jaar Hollandse historie
Iedereen kent het gezegde ‘voor pampus liggen’. Handelsschepen uit Oost-Indië kwamen letterlijk voor Pampus te liggen. Zij waren te zwaar beladen om over de zogenoemde ondiepte te varen. Daar wachtten zij tot ze werden gelost óf met het scheepskameel werden gelift. Toen eind negentiende eeuw de Stelling van Amsterdam werd gebouwd om Amsterdam te verdedigen, kreeg het forteiland dat werd aangelegd de naam Pampus.
Als een stille wachter in het IJmeer lag het eiland op de route naar Amsterdam. Met de twee gigantische kanonnen in de geschutskoepels konden indringers over het water worden tegengehouden. De gidsen op Pampus kunnen er alles over vertellen.

Meer informatie over 'Pampus op de schop'

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
Ben je geen robot? Los dit simpele sommetje op: *
9 + 4 =
Ook de gratis nieuwsbrief van de Stelling van Amsterdam ontvangen?
Schrijf je in  
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.