Ga direct naar inhoud

Deel via social media

Oudste boek over de Stelling van Amsterdam

17 december 2018

In het Nationaal Archief in Den Haag ligt het oudste boek over de Stelling van Amsterdam. 248 handgeschreven pagina's die door de Genie zelf tussen 1908 en 1910 moeten zijn opgesteld. Daarmee is het een bron uit de eerste hand met de grote lijnen en de kleine details dat nu voor iedere geïnteresseerde raadpleegbaar is.

Omdat het in het archiefinventaris onjuist staat beschreven als 'Algemeen jaarlijks verslag betreffende de vestingwerken en een overzicht van de verdedigbare aardwerken en permanente forten' uit 1898 is er lang overheen gekeken. In het rapport 'Verscholen in het groen' (Nicky Schuurman, 2009) van Landschap Noord-Holland werd het als bron gebruikt waarna René Ros in 2010 ontdekte dat het veel meer is dan een jaarlijks verslag. Jarenlang lagen de foto's van de pagina's te wachten op een mogelijkheid om er wat nuttigs mee te doen.

De start van het Kenniscentrum Waterlinies (in januari 2018) was een goede gelegenheid om het handgeschreven materiaal om te zetten naar een leesbare en doorzoekbare tekst. Drie vrijwilligers van het Kenniscentrum en zes via het Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam hebben daar van maart tot en met november 2018 aan gewerkt. Met een afbeelding van het originele voorblad en een verantwoording zijn het ruim 41.000 woorden op ruim 100 pagina's geworden.

In hoofdstukken zoals 'Forten en klassificaties' en 'Brandstoffen' komen alle facetten aan bod en worden de grote lijnen, motivaties en beslismomenten vaak genoemd. Maar ook de details van elke polder zoals de waterpeilen en de wijze van inunderen. Als voorbeeld twee citaten:
"Het gedeelte der Nieuwe Hollandsche Waterlinie, waarin de forten Hinderdam en Uitermeer zijn gelegen, zal na het eventueel verlaten of doorbreken van die Linie en als bedoelde forten niet in 's vijands handen zijn gevallen [...] overgaan tot den Stelling van Amsterdam."
"Het aantal geoefende [post]duiven is in 1896 voorloopig vastgesteld op 440. Hiervan zijn 80 bestemd voor het vliegen van uit zee en is aan 30 het fort bij IJmuiden als oorlogsstation aangewezen, terwijl de overige bestemd zijn voor plaatsen buiten de Stelling."

Het is geen publicatie geworden voor het algemene publiek maar bevat vooral kennis voor de geïnteresseerden zoals gidsen, schrijvers en beleidsmakers. 

Neem contact op met Kenniscentrum Waterlinies voor vragen of meer informatie.

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.