Ga direct naar inhoud

Deel via social media

In dit archief vindt u informatie van voorgaande evenementen en activiteiten rondom de Stelling van Amsterdam. Ga voor actuele nieuwsberichten naar ons nieuwsoverzicht.

8 september 2016

Al in september 1447 wordt de naam Schiphol (Sciphol) genoemd in een brief over grondoverdrachten. Het betreft op dat moment een moerasachtig en drassig stuk grond. Waar de naam Schiphol vandaan kwam is nog altijd onduidelijk. Is het een verwijzing naar het land waar men hout (Gotisch: ‘scip’) kon halen, of refereert het aan de vele scheepsrampen die op het Haarlemmermeer , de zogenoemde “scheeps-hel”, gebeurden? Een mogelijk andere verklaring van de naam komt van de vaart het "Schips Hol" die van Amstelveen naar "De Groote Haarlemmer of de Leydse Meer" stroomde (Documentatiecentrum Stelling van Amsterdam, R.G.A. Ros).

Ondanks de onduidelijkheid over de herkomst van de naam, werd Schiphol na de drooglegging van het Haarlemmermeer in 1848-1852, een steeds aantrekkelijker stuk land. Om de nieuwe polder te kunnen verdedigen werd er een fort aangelegd; Fort Schiphol. Dit fort maakte onderdeel uit van de vroegere Stelling van Amsterdam, nu vaak Posten van Krayenhoff genoemd (R.G.A. Ros), die de hoofdstad kon verdedigen door onder andere het omringende land onderwater te zetten.

Ten tijden van de Eerste Wereldoorlog werd door de minister van Oorlog besloten dat er een militair vliegveld moest komen binnen de Stelling van Amsterdam. De grond rond Fort Schiphol leek uiterst geschikt en binnen een paar jaar groeide het aantal hectare van 16,5 tot 76 hectare aan het einde van de oorlog. Op 19 september 1916 landde het eerste vliegtuig op het kleine drassige stuk grond. Vandaag de dag, na precies 100 jaar Schiphol bestaat het terrein uit 2.787 hectare grond. In de afgelopen 100 jaar is Schiphol uitgegroeid tot één van de belangrijkste Europese luchthavens en verwelkomde het vliegveld in 2011 de miljardste passagier!

Om te vieren dat het grootste vliegveld van Nederland ondertussen al een eeuw bestaat, worden er verschillende activiteiten georganiseerd. Zo is er vanaf 15 september een tentoonstelling te zien in het Amsterdam Museum. Hier wordt aan de hand van beeld, geluid en objecten een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de luchthaven over de afgelopen 100 jaar.

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
Ben je geen robot? Los dit simpele sommetje op: *
14 - 9 =
Ook de gratis nieuwsbrief van de Stelling van Amsterdam ontvangen?
Schrijf je in  
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.