Ga direct naar inhoud

Deel via social media

Bolwerk van kaas in Fort Zuidwijkermeer

23 februari

Nederland heeft twee kaasmeesters. Een van hen is René Koelman, affineur en eigenaar van Bourgondisch Lifestyle. Hij maakt van Fort Zuidwijkermeer een kaaswalhalla. De constante temperaturen, dikke muren en robuuste uitstraling is perfect voor de opslag van de kazen. 

Voordat een kaas goed op smaak is, rijpt deze in speciale rijpingskamers. De affineur koestert de kazen in zijn kamers. Alles gaat met de hand: het keren, besnuffelen, borstelen, het wassen met vloeistof en het creëren van de korst. Naar eigen inzicht en smaak worden jonge kazen gerijpt en ontwikkelt de affineur zijn individuele stijl.

Affineren is de expertise van René Koelman. In Nederland hebben we slechts twee Maîtres Fromager: René en Latif Elmessoussi, zijn voormalig compagnon van Bourgondisch Lifestyle. Er is een winkel in Beverwijk en aan de grachtengordel van Amsterdam, dat in 2010 tot werelderfgoed werd verklaard. Met Bourgondisch Lifestyle bevoorraadt en adviseert René ruim 170 restaurants, waaronder restaurants met Michelinsterren.

Exclusief
René was in 2008 de eerste Nederlander die door het Guilde des Fromagers benoemd werd tot Maître Fromager. Het is de hoogste erkenning van het Franse gilde van kaasmakers, dat in de middeleeuwen werd opgericht. Een exclusieve club van professionals, want wereldwijd zijn er slechts 80 kaasmeesters. ‘Het is vooral waardering voor onze manier van werken en de passie die we hebben, waarmee we samen met onze boeren prachtproducten maken,’ vertelt René. ‘Maar, maître of niet, uiteindelijk gaat het erom dat onze klanten tevreden zijn.’ Topleverancier zijn van sterrenrestaurants zoals De Librije en van het Waldorf Astoria – óók UNESCO werelderfgoed – aan de Herengracht in Amsterdam is een bevestiging dat ze op de goede weg zitten, vindt hij

Over Fort Zuidwijkermeer
Het fort in Assendelft is gebouwd voor de verdediging van het Noordzeekanaal en de daar langslopende dijk. Bijzonder aan dit fort is dat zich onder beide keelkazematten kelders bevinden. Deze kelders zijn bekleed met geglazuurde tegels en werden gebruikt voor het opslag van vlees. Over het Noordzeekanaal werd het vlees aangevoerd en vanuit dit fort naar andere forten gebracht. Na de Tweede Wereldoorlog tot de tachtiger jaren werd het fort gebruikt als magazijn voor springstoffen voor het Nederlandse leger.

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
Ben je geen robot? Los dit simpele sommetje op: *
17 - 17 =
Ook de gratis nieuwsbrief van de Stelling van Amsterdam ontvangen?
Schrijf je in  
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.