Ga direct naar inhoud

Deel via social media

25-jarig jubileum als UNESCO Werelderfgoed

25 januari

Het is een bijzonder jaar voor de Stelling van Amsterdam, want dit jaar is het 25-jarig jubileum van de Stelling van Amsterdam als UNESCO Werelderfgoed!

Vanaf juli 2021 verwacht de Nieuwe Hollandse Waterlinie deze titel ook toe te voegen. Dan valt het besluit van de UNESCO-commissie of Nieuwe Hollandse Waterlinie aan de werelderfgoedlijst wordt toegevoegd 𝘢𝘭𝘴 𝘶𝘪𝘵𝘣𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨 𝘰𝘱 de Stelling van Amsterdam.

Gezamenlijk vormen deze waterlinies dan één werelderfgoed en noemen zij zich de Hollandse Waterlinies.

In 1972 werd deze bekende erfgoedlijst in het leven geroepen door UNESCO, de culturele organisatie van de Verenigde Naties. Er bestaan drie soorten erfgoed: cultureel-, natuurlijk erfgoed en een combinatie van beiden. Elk jaar worden er monumenten toegevoegd aan de lijst: unieke en onvervangbare erfgoederen die van waarde zijn voor de hele wereld. Inmiddels zijn het ruim 1100 monumenten in 167 landen; van de Chinese Muur tot de molens op Kinderdijk. Het Koninkrijk der Nederlanden heeft tien werelderfgoederen.

Waarom is uitbereiding met Nieuwe Hollandse Waterlinie?
Ze zijn verwant aan elkaar, maar ook verschillend. Eerst de verschillen, zoals de ligging: de Nieuwe Hollandse Waterlinie strekt zich uit van het IJsselmeer tot de Biesbosch, terwijl de Stelling in een grote cirkel om Amsterdam ligt. Ze beschermden allebei een ander gebied. De Nieuwe Hollandse Water linie verdedigde de vesting Holland – het economisch en bestuurlijk hart van Nederland. De Stelling werd zeventig jaar later gebouwd, speciaal om Amsterdam te verdedigen. Als de Nieuwe Hollandse Waterlinie zou vallen, konden het leger, de regering en het staatshoofd zich alsnog terugtrekken in onze hoofdstad.
En er is nog een verschil: de militaire werken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn opgetrokken uit baksteen, die van de Stelling uit beton.

Naast deze verschillen hebben beide linies ook veel overeenkomsten. Een systeem van sluizen, dijken, kanalen, rivieren en gemalen in combinatie met hoogteverschillen in het land zorgde ervoor dat polders onder water konden worden gezet en de vijand op afstand bleef.

Outstanding Universal Values
De Hollandse Waterlinies zijn uniek op basis van de volgende drie hoofdkenmerken: strategisch gebruik van het landschap, slim watermanagement en militaire versterkingen. UNESCO noemt dit de 'Outstanding Universal Value'. De Stelling van Amsterdam kreeg op basis van deze unieke waarde de Werelderfgoedstatus in 1996. Nederland stelt nu voor om de Nieuwe Hollandse Waterlinie hieraan toe te voegen waardoor het verhaal van deze unieke waarde nog beter kan worden verteld.

De Hollandse Waterlinies zijn om drie redenen genomineerd voor de UNESCO Werelderfgoedlijst.

1. Strategisch Landschap
Het strategisch landschap vormt de basis. Voor het ongetrainde oog is dit landschap onzichtbaar, maar het was van levensbelang voor de werking van de linie. Voor die verdedigingslijn liggen de inundatiekommen. Deze zijn begrenst door kades en dijken. Rondom de forten mocht (bijna) niet gebouwd worden. Dit waren de zogenaamde ‘verboden kringen’. Hierdoor ontstond een open landschap rondom de verdedigingslijn.

2. Watermanagement
In dat strategische landschap is het complexe maar briljante watermanagementsysteem ingebed. Overal langs de verdedigingslijn zijn nog sluizen, kanalen, grachten en dijken zichtbaar die gebruikt werden om de polders voor de verdedigingslijn te inunderen. Het bied werd bij het naderen van de vijand tot ongeveer 40 centimeter (kniehoogte) onder water gezet, om zo het landschap in een moeras te veranderen. Te diep om met een leger doorheen te gaan, niet diep genoeg om er overheen te varen.

3. Militaire werken
Sommige gebieden lagen te hoog om geïnundeerd te worden. Daarnaast waren er ook enkele rivieren, kanalen, dijken, wegen en later spoorwegen die dwars door de verdedigingslijnen liepen. De zogenaamde accessen. Deze konden met inundaties niet afgesloten worden voor de vijand. Om deze accessen af te sluiten en het inundatiesysteem te beschermen werden er talloze forten en andere militaire werken gebouwd. Van hieruit opereerde het leger.

Lees alles over de nominatie in de Nederlandse Samenvatting Nominatiedossier Hollandse Waterlinies.

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
Ben je geen robot? Los dit simpele sommetje op: *
18 - 6 =
Ook de gratis nieuwsbrief van de Stelling van Amsterdam ontvangen?
Schrijf je in  
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.