Ga direct naar inhoud
Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

Verlovingsjurk van parachutestof

Jos (Brunita Josepha) Gemmeke, geboren op 3 juni 1922 in Amsterdam, was een Nederlandse verzetstrijdster tijdens de Tweede Wereldoorlog en één van de weinige nog levende ridders van de Militaire Willemsorde.
Ze begon haar verzetswerk in Den Haag met het verspreiden van de illegale krant Je Maintiendrai. Later werkte ze als agente en verbindingsofficier, waarbij ze het transport verzorgde van radiozenders en andere materialen die vanuit Engeland werden gestuurd. In oktober 1944 fietste zij door de vijandelijke linies naar Brussel met in haar schoudervulling verstopte microfilms, bestemd voor het Bureau Bijzondere Opdrachten, de Nederlandse spionagedienst in London. Ze werd tijdens de toch diverse malen beschoten en overleefde het ternauwernood.
Vanuit Brussel vertrok ze naar Engeland waar ze door het Special Operations Executive werd opgeleid tot geheim agente.
Bruidsjurk van parachutestof
Op 10 maart 1945 werd ze per parachute gedropt bij Nieuwkoop waarbij ze gewond raakte. De plaatselijke verzetsbeweging ontfermde zich over haar. De verwondingen weerhielden haar er niet van nog enkele opdrachten uit te voeren.
Na de bevrijding wilde zij zo snel mogelijk het gewone leven oppakken en verbrak zij alle contacten uit het verzet. Ze trouwde en kreeg 2 kinderen. Pas jaren later verbrak zij de stilte en is ze geregeld bij herdenkingen aanwezig.
Op 22 juli 1955 werd Jos Gemmeke voor haar verzetswerk benoemd tot Ridder (4e klasse) in de Militaire Willemsorde. Ze is, samen met Koningin Wilhelmina, de enige vrouw die deze onderscheiding ooit kreeg.
Na de oorlog werd de stof van de parachute van Jos Gemmeke tevoorschijn gehaald. In de tijd van de wederopbouw werd de zijde van parachutes veel gebruikt voor het maken van kleding. Van deze bijzondere parachute werd voor juffrouw Elisabeth Wilhelmina de Kuijer in 1946 een verlovingsjurk gemaakt. Zij was verloofd met de Nieuwkoper Nicolaas Tijsterman.
Het Crash Luchtoorlog- en Verzetsmuseum ’40-’45, die is gevestigd in Fort bij Aalsmeer heeft de verlovingsjurk in bruikleen gekregen van het Historisch Genootschap Nieuwkoop.  De openingstijden van het museum zijn te vinden op www.crash40-45.nl

Geüpload 21-02-2011

naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.