Ga direct naar inhoud
Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

Levende Forten

levendefortengezichten

Forten met een eigen gezicht

De forten van de Stelling van Amsterdam werden in twee bouwperiodes opgeleverd (1896-1907 en 1907-1914). Op het eerste gezicht vertonen de forten echter grote overeenkomsten en werden ze ook met vergelijkbare functies ingezet. Wie verder kijkt, ontdekt dat er wel degelijk verschillen zijn tussen deze speciale plekken. 
Om deze onderlinge verschillen te benadrukken is de expositie Levende Forten opgezet. De forten krijgen een eigen gezicht door middel van verhalen geschreven vanuit een persoon verbonden aan het fort. Samen vormen al deze verhalen de expositie 'Levende Forten'.

Meer dan alleen beton

Een fort is meer dan alleen een betonnen kolos. Mensen hebben zich gedurende verschillende periodes uit de geschiedenis van de Stelling van Amsterdam met de forten bezig gehouden. Soms vrijwillig, soms niet. 
Levende Forten vertelt de verhalen van acht verschillende forten.

181016 Gevangenen Spijkerboor

Klaas Vonk op Fort bij Spijkerboor

De22-jarige dienstplichtige Klaas Vonk (Oostzaan, 29-5-1928) werd in 1950 gedetineerd in het Fort bij Spijkerboor, in de periode dat het fort na de Tweede Wereldoorlog dienst deed als militaire gevangenis. Klaas was één van de zo genaamde Indië-weigeraars. Deze groep werd veroordeeld omdat ze op principiële gronden weigerden om in Nederlands-Indië tegen de nationalisten te vechten.

Kunstenaars op het Fort bij Nigtevecht

Op Fort bij Nigtevecht wordt het verhaal verteld van twee kunstenaars en hun schilderijen. De kunstenaars waren soldaat Johannes (Johan) Meijer en artillerist Willem van Nieuwenhoven. Beiden schilderden zij in de kantine van het fort en werden ze na hun diensttijd bekende kunstenaars.

181016 Panzerbatterie

Hermann Gruson en het Fort bij IJmuiden

Fort bij IJmuiden vertelt het verhaal van Hermann Gruson, de uitvinder en fabrikant van de unieke pantsergalerij die in de jaren '80 en '90 van de 19e eeuw op het fort werden geplaatst. De fabrikant uit het Duitse Maagdenburg produceerde in zijn fabriek pantsers voor vestingwerken in heel Europa. 

181016 Brief Hembrugterrein

Liefde bedreigd op Hembrug

Op het Hembrug vindt u het verhaal van Maarten van Tent, werknemer van de Artillerie Inrichtingen gevestigd op het Hembrug in Zaandam en Tinie Buter, dochter van de fortwachter van Fort benoorden Purmerend. Hun liefde bleef in stand en werd ondersteund door vele breiven en kaarten die zij elkaar schreven tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

Hier vindt u de route die Maarten en Tinie aflegde om elkaar te bezoeken:
fietsroute!

De vergeten Fortwachter bij Fort benoorden Purmerend

Cornelis Buter moest in de Tweede Wereldoorlog verplicht vertrekken met zijn gezin naar het fortwachtershuisje van het Fort benoorden Purmerend. Zijn dochter, Tinie, is verloofd met Maarten van Tent die zojuist als dwangarbeider naar Berlijn is gestuurd. 

Koos Berkhof, bewaker op Fort benoorden Spaarndam

Na de Tweede Wereldoorlog werden diverse forten gebruikt als munitieopslag door het Ministerie van Defensie. Zo ook Fort Benoorden Spaarndam, waar koos Berkhof vanaf 1950 als bewaker in dienst trad. 

Soldaat Asanisjvili op Fort aan de St. Aagtendijk

Het Fort aan de St. Aagtendijk werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers als gevangenis gebruikt. Veel Georgische soldaten worden op dit fort gevangen gezet of krijgen de optie om het kamp te verruilen voor een Duits uniform. De spanning loopt op als de Georgiërs op Texel in opstand komen.

Burgemeester Johannes Wilhelmus Heijdanus op Fort aan de Ossenmarkt

In de negentiende eeuw werd de vraag naar verdedigingswerken steeds hoger met het oog op dreigingen van buitenaf. Wat deed de burgemeester van Weesp toen het landsbelang in conflict kwam met de wensen van de Weespers?

naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.