Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

1960 - 1981

Plannen voor een recreatiegebied

Geniedijk door de Haarlemmermeer
Nadat de forten van de Stelling van Amsterdam rond 1960 allemaal hun status als verdedigingswerk hadden verloren werden gaandeweg forten door het Ministerie van Defensie overgedragen aan de Dienst der Domeinen. Forten die als bewaarplaats van militaire goederen dienst deden bleven in handen van het Ministerie van Defensie. 
fort bij IJmuiden (gang)
fort bij IJmuiden (hoofdingang)
De Dienst der Domeinen had tot taak om de forten te gelde te maken door nieuwe eigenaren te vinden. Voor een deel lukte dit door forten te verkopen aan gemeenten. Bij hoge uitzondering werden forten aan particulieren verkocht. Lagere overheden en natuurbeherende organisaties hadden de voorkeur. In 1963 waren 24 forten in beheer van Defensie, in 1992 waren dat er tien. In 2013 zijn dat er nog drie.

Omdat de Kringenwet de stedelijke en industriële bebouwing op afstand had weten te houden was er in een wijde cirkel rond Amsterdam en grenzend aan de uitbreidingen van Haarlem en de IJmond een groen, open gebied ontstaan dat de aandacht trok van natuurorganisaties en recreatiestichtingen. De eerste verkennende gesprekken over een nieuwe toekomst voor de Stelling vonden op initiatief van de Stichting Recreatie plaats op 30 november 1962 op het kantoor van de Provinciaal Planologische Dienst Noord-Holland in Haarlem. Woordvoerder van de Stichting Recreatie was Roel de Wit, de latere Commissaris van de Koningin in Noord-Holland. Het duurde nog zeker 25 jaar voordat de Stichting Recreatie haar doel had bereikt en een substantieel aantal forten in eigendom was van natuurbeheerders en recreatieschappen. Net als bij de bouw van de Stelling bleek de herbestemming van de verdedigingslinie toch vooral een zaak van lange adem.
Gedeclassificeerde vestingwerken in de Stelling van Amsterdam (1963) (1)
Gedeclassificeerde vestingwerken in de Stelling van Amsterdam (1963) (1)
Gedeclassificeerde vestingwerken in de Stelling van Amsterdam (1963) (2)
Gedeclassificeerde vestingwerken in de Stelling van Amsterdam (1963) (2)
Vorige                                                                                                                              Volgende
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.