Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

1914 - 1945

Twee wereldoorlogen

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog voerde Nederland een neutrale politiek ten opzichte van de omringende landen. Om die neutraliteit te handhaven dienden de linies en stellingen in staat van paraatheid te worden gebracht.
Mobilisatiekorps Fort IJmuiden
Mobilisatiekorps Fort IJmuiden
De oorlogsverklaring van Oostenrijk-Hongarije aan Servië op 28 juli 1914 is het begin van een Europese oorlog die uitmondde in een wereldoorlog. Op 31 juli 1914 werd door Nederland de algemene mobilisatie afgekondigd. Kort daarop waren de forten volledig bezet. Dat bleven ze tot het eind van de oorlog in 1918.
Tijdens de oorlog werden nog verbeteringen aan de Stelling aangebracht. De Positie van Spaarndam werd in 1917 uitgebreid met een voorstelling, een vooruitgeschoven positie, waarvan slechts de betonnen schuilplaatsen en de inundatiekering gereed kwamen. De voorstelling bij Spaarndam is een offensieve uitbreiding om de zwakke Positie van Spaarndam te versterken.
Plan voor kustversterking bij IJmuiden
Plan voor kustversterking bij IJmuiden
Een andere verbetering vond plaats bij het Fort bij Vijfhuizen. Hier werden twee voorstellingen ingericht met een defensief doel. De voorstellingen waren bedoeld als opnamestellingen voor terugtrekkende troepen. Op het Fort bij Heemstede en aan de frontzijde van het Fort bij Vijfhuizen werden betonnen schuilplaatsen gebouwd als schuilplaats voor de zich terugtrekkende soldaten.

In 1914 pakte men het sterk verouderde Fort aan de Liede aan. Na het afbreken van het torenfort tot de begane grond, werd het resterende deel tot een scherfvrij onderkomen verbouwd. Alle verbeteringen aan de westzijde van de Stelling hadden tot doel om de buitenwereld duidelijk te maken dat het neutrale Nederland voorbereid was op een aanval van welke kant ook. 
Bezetting Fort bij Nigtevecht

Interbellum

Het interbellum werd voornamelijk benut om kleine betonnen kazematten en schuilplaatsen aan de bestaande werken toe te voegen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was gebleken dat de loopgravenstelsels met kleine betonnen kazematten en remises beter bestand waren tegen het geweld van de artillerie dan de grote forten. De pantserforten van Luik en Antwerpen hadden de Duitse beschietingen niet overleefd. De kleine werken aan het front in Noord-Frankrijke waren moeilijker uit te schakelen. Het loopgravenstelsel bleek flexibel. Ook het IJzerfront met zijn inundaties had stand gehouden. De infanterie speelde naast de artillerie tijden de oorlog een grote rol, maar de verliezen aan manschappen was aan beide kanten van het front enorm.
Vanaf 1922 werden de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam samengevoegd tot de Vesting Holland. De fronten van beide voormalige linies vormden de grenzen van de Vesting Holland. Het noordfront en het noordwestfront van de Stelling bleven hoofdverdedigingslijn evenals het zuidoostfront dat in het verlengde lag van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het vertrouwen in de inundatie als verdedigingsmiddel was ongeschonden, maar voor de actieve verdediging werden betonnen kazematten en groepsschuilplaatsen aan het zuidoostfront toegevoegd. Ook het Fort bij IJmuiden werd met betonnen kazematten versterkt.

Omdat de forten na de Eerste Wereldoorlog aan een lange winterslaap leken te beginnen werd een aantal ingericht als gevangenis voor dienstweigeraars en voor militairen die door de krijgsraad waren gestraft. De geïsoleerde ligging van de forten maakte de forten geschikt voor deze functie.
Nederlandse geschutsbunker op het Fort bij IJmuiden
Nederlandse geschutsbunker op het Fort bij IJmuiden

Tweede Wereldoorlog

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werden het noordfront en het zuidoostfront van de Stelling als onderdeel van de Vesting Holland geïnundeerd. Aan het zuidwestfront waren voorbereidingen tot inunderen getroffen, maar door de snelle overgave van het Nederlandse leger bleef het daarbij. Tijdens de oorlog maakte de Duitse bezetter gebruik van delen van de Stelling.

Het Fort bij IJmuiden werd het meest direct bij de verdediging van de kust betrokken. Het fort lag sinds het graven van het Noorderkanaal (1929) op een eiland. De Wehrmacht gebruikte het fort als manschappenverblijf. De Duitse bezetter voegde aan het forteiland vanaf 1942 28 zware betonnen bunkers toe uit het bouwprogramma van de Atlantikwall. Het eiland vormde het hart van de verdediging van de haven en de kanaalmond en de Duitse bezetter duidde het aan als Kernwerk van de Festung IJmuiden. Tegenwoordig getuigen nog enkele bunkers en een aantal bijzondere muurschilderingen in het fort van de bezetting door Duitse troepen.
Festung IJmuiden Kernwerk
Festung IJmuiden Kernwerk
Duitse tekening in de filmzaal van Fort bij IJmuiden
Duitse tekening in de filmzaal van Fort bij IJmuiden
Voor de landverdediging van de Atlantikwall maakte de Duitse legerleiding ook gebruik van de inundatie mogelijkheden. In 1944 werden delen van de fronten van de Vesting Holland onder water gezet. De inundatie van het gebied tussen het Alkmaardermeer en het Noordzeekanaal was onderdeel van de Vordere Wasserstellung. Deze diende als verdediging van de achterzijde van de Atlantikwall. Ook de Beemster werd weer onder water gezet om een eventuele aanval vanuit het noorden te verhinderen. Het oostfront van de Vesting Holland werd onder water gezet als onderdeel van de Hintere Wasserstellung.
Inundatie van de Beemster (1944), inundatiesluis in de Zuidelijke Ringdijk
Inundatie van de Beemster (1944), inundatiesluis in de Zuidelijke Ringdijk.
Foto: Historisch Genootschap Beemster
Inundatie van de Beemster (1944)
Inundatie van de Beemster (1944)
Onderwaterzetting Beverwijk - Krommeniedijk 1945
Onderwaterzetting Beverwijk - Krommeniedijk 1945
Duitse inundaties in Noord-Holland (1944-1945)
Duitse inundaties in Noord-Holland (1944-1945)
Vorige                                                                                                                              Volgende
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.