Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

1896 - 1907

De bouw van forten

Caponnière Fort bij Hoofddorp
Het Fort bij Vijfhuizen is het eerste fort dat volgens het nieuwe standaardontwerp werd gebouwd. Het kwam in 1897 gereed. Het grondplan van het fort was modern, volgens de principes van het polygonale stelsel. Het kreeg een ondiepe, brede plattegrond met afgeronde hoeken.
Fort bij Vijfhuizen (1899)
Fort bij Vijfhuizen (1899)
Het hoofdgebouw volgt de hoofdverdedigingslijn van de Stelling. Aan de keelzijde van het hoofdgebouw bevinden zich twee kazematten. Vanuit deze keelkazematten kon flankerend vuur worden gegeven op het voorterrein van de buurforten. Deze wijze van beschieting heette ‘Groot Flankement’ . Om de juiste hoek voor dit geschut te kunnen realiseren zijn de uiteinden van het hoofdgebouw vanaf de keelkazematten naar voren gebogen. Door de positie van dit geschut had het fort als geheel de functie van caponnière in de hoofdverdedigingslijn van de Stelling. De positie van het geschut was voor de vijand onzichtbaar en men ging er van uit dat het niet door vijandelijke artillerie kon worden uitgeschakeld. Op de hoeken van de frontwal stonden twee hefkoepelgebouwen met elk een pantserkoepel voor 6 cm geschut. Het vuur vanuit deze hefkoepels was bestemd voor de nabijverdediging. Om de werking van het vuur te kunnen volgen heeft het fort een stalen observatiekoepel in het frontgebouw. Het front van het fort kon verder worden verdedigd door infanterie vanachter de frontwal.
Afgraven van het zandlichaam van Fort bij de Kwakel
Afgraven van het zandlichaam van Fort bij de Kwakel
Hefkoepel Fort bij de Kwakel
Hefkoepel Fort bij de Kwakel
Het eerste standaardontwerp (A) vormde de basis voor de forten die tussen 1897 en 1907 werden gebouwd: Fort bij Vijfhuizen (1897), Fort bij Veldhuis (1897), Fort aan de St. Aagtendijk (1897), Fort bij de Liebrug (1899) Fort benoorden Spaarndam (1901), Fort bezuiden Spaarndam (1901), Fort bij Penningsveer (1910), Fort Zuidwijkermeer (1903), Fort bij Krommeniedijk (1903), Fort aan den Ham (1903), Fort bij Nigtevecht (1903), Fort bij Hoofddorp (1904), Fort bij Aalsmeer (1904), Fort bij Marken-Binnen (1905), Fort bij Kudelstaart (1906) en Fort bij De Kwakel (1906).
Fundering Fort bij de Kwakel
Fundering Fort bij de Kwakel
Beton storten Fort bij de Kwakel
Beton storten Fort bij de Kwakel

Aanpassingen en afwijkingen

De plattegrond werd op elke plek aangepast aan de lokale omstandigheden en met name aan de ligging ten opzichte van de hoofdverdedigingslijn. Zo kregen de forten bij Vijfhuizen en bij Aalsmeer een extra fortgracht om de forten beter tegen infanterieaanvallen te beschermen. Aan de rand van de Haarlemmermeerpolder werd de inundatie bemoeilijkt door de oplopende gronden.
Bouwwerkzaamheden Fort bij de Kwakel
Bouwwerkzaamheden Fort bij de Kwakel
Andere afwijkingen van het standaardontwerp werden bepaald door de bezetting en daarmee de grootte van het fort. De bezetting varieerde van 122 man (Fort bij De Kwakel) tot 319 man (Fort bij Aalsmeer). Verder week de grondvorm van de forten af van het standaardontwerp door de hoek van het flankerend vuur.

In enkele gevallen was die afwijking uitzonderlijk, zoals bij het Fort bij Hoofddorp. Dit fort lag op een knik in de hoofdverdedigingslijn, waardoor één keelkazemat volstond om naar beide zijden flankerend vuur te geven. Omdat het fort op een klein terrein moest worden gebouwd, kreeg het een verdieping om voldoende ruimte te bieden aan de bezetting (223 man). De frontgracht van dit fort werd bovendien verdedigd vanuit een gietstalen caponnière, de enige van de hele stelling. Alleen het Fort aan de St. Aagtendijk kreeg nog een caponnière. Deze was bedoeld om de inundatiesluis in de St. Aagtendijk te verdedigen. Deze caponnière is echter in beton uitgevoerd met een aarden dekking.
frontcaponnière fort aan de st. aagtendijk
Frontcaponnière Fort aan de St. Aagtendijk
Caponnière Fort bij Hoofddorp
Frontcapponière van het Fortbij Hoofddorp
Ook de forten aan de Liebrug en aan den Ham weken af. Beide forten waren bestemd om een spoorlijn te verdedigen: Amsterdam-Haarlem en Zaandam-Uitgeest. Het Fort aan de Liebrug kreeg één volwaardige keelkazemat voor flankement. Het Fort aan den Ham kreeg twee keelkazematten, maar deze waren slechts bewapend met mitrailleurs en geweren voor de nabijverdediging.
Behalve forten werden in 1906 ook nog twee batterijen gebouwd met dezelfde flankerende functie: de Batterij aan de IJ-weg en de Batterij aan de Sloterweg. Deze batterijen in de Geniedijk door de Haarlemmermeer ondersteunden met flankerend vuur de forten bij Aalsmeer, bij Hoofddorp en bij Vijfhuizen. 
Bovenaanzicht en doorsneden Fort aan den Ham
Bovenaanzicht en doorsneden Fort aan den Ham
Batterij aan de Sloterweg
Batterij aan de Sloterweg

Fort bij Velsen

Gedurende deze bouwperiode kwam één fort volgens een zeer afwijkend ontwerp gereed, het Fort bij Velsen (1899). Dit fort had een afwijkende ligging en taak. Het lag ver vóór de hoofdverdedigingslijn die door de Zuidwijkermeerpolder loopt. Het fort had tot taak om de monding van het Noordzeekanaal tot aan het Kustfort bij IJmuiden af te sluiten. Om deze taak te kunnen uitvoeren beschikte het fort over drie zware pantserkoepels met 15 cm geschut. Het geschut had een bereik van 10 km. Hiermee vormde het fort het westelijke Hoofdsteunpunt van de Stelling. Twee pantserkoepels lagen op de uiteinden van het hoofdgebouw en één pantserkoepel in het frontgebouw. Dit frontgebouw met pantserkoepel is het enige dat nog van het fort rest na de sloop van het hoofdgebouw in 1981. 
Plattegrond Fort bij Velsen (links)
Plattegrond Fort bij Velsen (links)
Plattegrond Fort bij Velsen (rechts)
Plattegrond Fort bij Velsen (rechts)

Voorzieningen binnen de frontlijn

De Stelling was opgezet met infanterieforten die een beperkte artilleristische taak kregen: flankerend vuur en nabijverdediging.  Zware artillerie zou verspreid worden opgesteld en diende flexibel inzetbaar te zijn. Het geschut zou in afwachting van geplande inzet worden opgeborgen in loodsen achter de hoofdverdedigingslijn. Deze loodsen waren onderdeel van parken. Om dit te organiseren werd de Stelling in vier sectoren verdeeld. Elke sector kreeg een sectorpark waar voorraden en reservematerieel ver achter de linie waren opgeslagen. Elke sector werd weer verdeeld in groepen met elk een groepspark. De groepsparken lagen dichterbij de hoofdverdedigingslijn en vandaaruit werden de eerste benodigdheden aangevoerd. De loodsen van deze groepsparken vertoonden veel overeenkomsten met de genieloodsen die bij de forten werden gebouwd. Daarin werd ook materiaal opgeslagen dat buiten de forten kon worden ingezet. De Groep Westzaan kreeg in 1895 zelfs een drietal gemetselde bomvrije munitiemagazijnen, waarvan er twee verborgen waren achter de AssendelverZeedijk.
Loods voor projectielen in de polder Oostzaan (1897)
Loods voor projectielen in de polder Oostzaan (1897)
Ontijzeringsinrichting (1904)
Ontijzeringsinrichting (1904)
Centraal binnen de Stelling lag het Algemeen Verdedigingspark. Dit park lag op een landtong tussen het Noordzeekanaal en Zijkanaal G en grensde aan de Artillerie Inrichtingen op het Hembrugterrein. In het Algemeen Verdedigingspark lagen de grote voorraden. Met de aanleg werd begonnen in 1895. De Artillerie Inrichtingen waren vanaf 1895 overgeplaatst van Delft naar het centrum van de Stelling. Hier werden vuurwapens en munitie gemaakt. Voor de munitie werd een nieuwe patroonfabriek gebouwd. Naast de Artillerie Inrichtingen waren er binnen de Stelling nog twee fabrieken voor explosieven: de buskruitfabriek De krijgsman bij Muiden en de fabriek voor schietkatoen De Oude Molen bij Ouderkerk aan de Amstel (1895). Beide bedrijven bestonden al langere tijd, maar werden voor de productie van nieuwe springstoffen voor de Stelling opnieuw ingericht.
Naast wapens en munitie waren voedsel en water van groot belang. Binnen de Stelling moest voldoende  vee kunnen worden geweid en graan verbouwd om een bevolking van een half miljoen mensen gedurende een half jaar van voedsel te voorzien. Voor de opslag van graan werd in Amsterdam de silo Korthals Altes gebouw aan het IJ (1986). Voor de militairen binnen en buiten de Stelling kwam een centrale bakkerij.
Drinkwater was afkomstig van de Duinwatermaatschappij, maar de bron lag buiten de Stelling. Daarom werd een bron geslagen in de Riekerpolder bij de Nieuwe Meer. Daar werd in 1902 ook een Ontijzeringsinstallatie gebouwd om de kwaliteit van het drinkwater te verbeteren.
Patroonfabriek aan de Hembrug (1896)
Patroonfabriek aan de Hembrug (1896)
Artillerieinrichtingen aan de Hembrug
Artillerieinrichtingen aan de Hembrug
Vorige                                                                                                                              Volgende
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.