Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

1850 - 1874

Het begin

In de volgende jaren veranderde het landschap rond Amsterdam opnieuw ingrijpend. In 1865 begon men met het baggeren van het Noordzeekanaal dwars door het IJ, van Amsterdam naar de Noordzee.
Fort in de Laander- en West-Bijlmerpolder met het verdwenen verdedigbaar gebouw
Fort in de Laander- en West-Bijlmerpolder met het verdwenen verdedigbaar gebouw en het te bouwen patroonmagazijn (1882)
Het IJ en het Wijkermeer werden van 1865 tot 1872 drooggemalen. Koning Willem III opende in 1876 het Noordzeekanaal. De veranderde geografische omstandigheden en de sterk verouderde Posten van Krayenhoff dwongen nieuwe maatregelen af om de verdediging van de hoofdstad te organiseren. De torenforten rond de Haarlemmermeer waren lang niet meer voldoende om een oprukkende vijand richting Amsterdam tegen te houden. De droogevallen IJ-polders, maar vooral het Noordzeekanaal gaven direct toegang tot het hart van de hoofdstad. Deze grote verandering van de militair-geografische omstandigheden was aanleiding om nieuwe plannen te smeden en het was mede aanleiding tot de Vestingwet van 1874. 
fort in de laander en bijlmerpolder
Het eerste fort dat werd gebouwd om de bestaande Posten van Krayenhoff te versterken was het Fort in de Laander- en West-Bijlmerpolder (1868 - 1869). Dit fort was bedoeld om het acces te verdedigen, dat door de aanleg van de spoorlijn Amsterdam-Utrecht was ontstaan.

Bij de bouw van het fort ging van alles mis. Het bomvrije gebouw was te zwaar voor de instabiele ondergrond, het verzakte en schoof van zijn fundering. Een deel verdween in de fortgracht. Men besloot om het fort niet af te bouwen. Het resterende aardwerk deed nog tot 1919 dienst als vestingwerk.

Door dit debacle was duidelijk dat zware constructies niet op een slappe ondergrond konden worden gebouwd. Het was noodzakelijk om de grond te laten inklinken. Voor het inklinken werden zandlichamen aangebracht om deze gedurende jaren te laten liggen.
Voorstel voor het Fort aan de Liede en de Batterij aan het Penningsveer (1871)
Voorstel voor het Fort aan de Liede en de Batterij aan het Penningsveer door Kapitein Kromhout (1871)
Voorstel Kapitein Kromhout voor de Stelling van Amsterdam
Voorstel Kapitein Kromhout voor de Stelling van Amsterdam

Nieuwe ontwerpen voor een linie rond Amsterdam

Eén van de eerst ontwerpen voor een vernieuwde Stelling rond Amsterdam die worden gepubliceerd is van de hand van Kapitein Kromhout uit 1871. Na zijn publicatie van een linietracé en de ontwerpen voor forten volgen er meer. De meeste getuigen van een traditionele visie op het fortontwerp. Kromhouts ontwerp is ook traditioneel van opzet. Het verwijst nog steeds naar het gebastionneerde stelsel.  Alle ontwerpers van plannen voor een stelling laten zich leiden door de mogelijkheden die het landschap biedt om het te inunderen.
Vorige                                                                                                                              Volgende
Vorige                                                                                                                              Volgende
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.