Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

UNESCO Werelderfgoed

unesco werelderfgoed

De Stelling van Amsterdam is in zijn geheel als monument beschermd door de provincie Noord-Holland en de Nederlandse Staat. Sinds 1996 is door de UNESCO het belang van deze historische Nederlandse verdedigingslinie erkend en staat de Stelling op de lijst van UNESCO Werelderfgoed.

Dat de Stelling een werelderfgoed is, is te danken aan een kleine groep betrokken mensen die aandacht vroeg voor de sloop van het Fort bij Velsen in 1983. Door hun toedoen kreeg de Stelling van Amsterdam landelijk aandacht. In die tijd waren nog maar weinig mensen zich ervan bewust wat voor bijzonder cultureel erfgoed de Stelling is. Door toen aandacht te vragen voor dit- in hun ogen - bijzonder cultureel erfgoed is de Stelling behouden. Door hun enthousiasme en vasthoudendheid zijn de verschillende onderdelen van de Stelling provinciaal- of zelfs rijksmonument geworden. Deze beschermde status en de bijzondere cultuurhistorische waarde van de Stelling leidde ertoe dat zij in 1996 ook de UNESCO status verwierf.

werking waterlinie

Uitzonderlijke Universele Waarde - Kernwaarden

De provincie Noord-Holland is siteholder van de Stelling van Amsterdam en daarom verantwoordelijk om de Uitzonderlijke Universele Waarde van dit Werelderfgoed te behouden en te beschermen. Wat zijn deze Outstanding Universal Values (OUV):

Het strategisch landschap vormt de basis. Voor het ongetrainde oog is dit landschap onzichtbaar, maar het was van levensbelang voor de werking van de linie. Voor die verdedigingslijn liggen de inundatiekommen. Deze zijn begrenst door kades en dijken. Rondom de forten mocht (bijna) niet gebouwd worden. Dit waren de zogenaamde ‘verboden kringen’. Hierdoor ontstond een open landschap rondom de verdedigingslijn.

In dat strategische landschap is het complexe maar briljante watermanagementsysteem ingebed. Overal langs de verdedigingslijn zijn nog sluizen, kanalen, grachten en dijken zichtbaar die gebruikt werden om de polders voor de verdedigingslijn te inunderen. Het bied werd bij het naderen van de vijand tot ongeveer 40 centimeter (kniehoogte) onder water gezet, om zo het landschap in een moeras te veranderen. Te diep om met een leger doorheen te gaan, niet diep genoeg om er overheen te varen.

Sommige gebieden lagen te hoog om geïnundeerd te worden. Daarnaast waren er ook enkele rivieren, kanalen, dijken, wegen en later spoorwegen die dwars door de verdedigingslijnen liepen. De zogenaamde accessen. Deze konden met inundaties niet afgesloten worden voor de vijand. Om deze accessen af te sluiten en het inundatiesysteem te beschermen werden er talloze forten en andere militaire werken gebouwd. Van hieruit opereerde het leger.

unesco stempel op fort spion

Uitbreiding Nieuwe Hollandse Waterlinie

Jarenlang werd Holland beschermd door twee van de meest ingenieuze verdedigingslinies ter wereld: De Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. De Nieuwe Hollandse Waterlinie was vanaf 1815 de verdedigingslinie van het economische en politieke hart van Nederland, de Stelling van Amsterdam vanaf 1883 ons ‘Nationaal Reduit’, het laatste toevluchtsoord. Beide waterlinies verloren hun militaire functie, maar de hoofdkenmerken: het strategische landschap, het watermanagementsysteem en de militaire werken van beide zijn grotendeels in stand gebleven. Gezamenlijk vertellen de verdedigingswerken het unieke verhaal van 200 jaar Nederlands militair waterbeheer en vestingbouw.

De Nieuwe Hollandse Waterlinie staat op de voorlopige lijst van werelderfgoed van UNESCO voor 2019. In 2019 hoopt de Nieuwe Hollandse Waterlinie op de werelderfgoedlijst te komen als uitbreiding van de Stelling van Amsterdam.

De Chinese Muur

Op de lijst van UNESCO Werelderfgoed staan bijvoorbeeld ook de Chinese Muur (China), de piramides van Gizeh (Egypte), Grand Canyon National Park (USA), Mont-Saint-Michel (Frankrijk) en de Dom van Keulen (Duitsland). Behalve het Rietveld Schröderhuis hebben alle ander Nederlandse monumenten op de Werelderfgoedlijst een relatie met het water: de Waddenzee, de Beemster, het voormalige eiland Schokland, het Ir. D.F. Woudagemaal, de molens van Kinderdijk en de zeventiende-eeuwse Amsterdamse grachtengordel.

Bekijk de website van UNESCO Werelderfgoed of de website van Stichting Werelderfgoed.

Uniek voor nu en later

Nederland heeft tien door UNESCO erkende werelderfgoederen. Deze zijn uniek in de wereld. Ze vertellen het bijzondere verhaal van Nederland en de Nederlanders op het gebied van waterbeheer, burgersamenleving en (land)ontwerp. Dat deden ze toen, dat doen ze nu, en dat zullen ze altijd blijven doen.

naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.