Ga direct naar inhoud
Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

Telegrafist op Fort bij Uithoorn

Foto Telegrafist bij Fort bij Uithoorn
In een echte telegrafiste kamer morse seinen met andere telegrafisten, daar droomde Koert Wilmink als 15-jarige al van. Hij vindt het daarom geweldig om tijdens de seizoensopening van de Stelling van Amsterdam vanuit Fort bij Uithoorn contact te maken met andere forten.
Koert Wilmink zit in het hoofdbestuur van de VERON, de landelijke vereniging van gelicenseerde radiozendamateurs en van luisteramateurs. Zijn code naam PA1KW heeft hij al van jongs af aan toegewezen gekregen. Om een code naam te krijgen moet je in bezit zijn van een morse diploma. Op 15-jarige leeftijd heeft Koert eerst een technische basis opleiding gevolgd, om vervolgens het gevorderde diploma te halen. Pas daarna mag je beginnen aan je morse examen. De kunst is om 12 woorden per minuut te seinen. Als je dat haalde, kreeg je een A machtiging en mocht je uitkomen op de korte golf banden. En zo kon je communiceren met andere zendamateurs op de wereld.
Op de vraag waarom Koert juist deze hobby heeft uitgekozen antwoord hij heel kort: ‘Het is een virus’. Het is machtig om als kleine jongen vanuit je eigen kamer met zelfgemaakte apparatuur contact te maken met de hele wereld. Toentertijd was dat iets heel bijzonders. Tegenwoordig is communiceren met andere landen de normaalste zaak van de wereld. Bijna iedereen heeft toegang tot internet en mobiele telefoon.
Maar wanneer de moderne communicatiemiddelen het laten af weten, kun je met simpele zenders toch verre verbindingen leggen. Tijdens een ramp zoals orkaan Catrina of de tsunami, ligt vaak de GSM verbinding plat. Zendamateurs worden dan opgeroepen, omdat zij als eerste een verbinding kunnen maken met het rampgebied. Bij vereniging DARES zitten zendamateurs die gespecialiseerd zijn in het verbinding maken met rampgebieden.
Helaas komen er steeds minder ‘morse’ deskundigen bij. Koert merkt dat er steeds minder leden bij komen en de gemiddelde leeftijd is hoog. Zijn vereniging VERON telt nu 7.200 leden. VERON staat voor Vereniging voor Experimenteel Radio Onderzoek in Nederland en is op 21 oktober 1945 opgericht ter bevordering van de beoefening van amateurradiocommunicatie en het hiermee verband houdende experimenteel radio- en elektronica-onderzoek.
De vereniging heeft een speciale jeugdcommissie die leerlingen op school uitleg geeft over de techniek van de zendapparatuur. Gelukkig worden er steeds meer evenementen georganiseerd waar de vereniging van zendamateurs juist jonge kinderen kan laten zien hoe men vroeger communiceerde.  Koert is blij dat er op de forten van de Stelling van Amsterdam zoveel aandacht is voor radiocommunicatie.  Een aantal telegrafiste kamers zijn in werking en het is geweldig dat bezoekers zo’n goede verbinding kunnen leggen met Fort bij Aalsmeer (PI4C), Fort Velthuis (PA6ARG) en Fort Edam (PA6FBE). Daar kan geen GSM - verbinding tegen op, want mobiel bellen in een fort is nog altijd niet mogelijk.
Voor meer informatie: www.veron.nl en  www.dares.nl
Met dank aan Koert Wilmink
Geschreven door: Mischa den Drijver

Geüpload 11-04-2013

naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.