Ga direct naar inhoud
Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

"Een ondernemer moet verliefd zijn op het fort"

Stella van Heezik, projectleider Stadsherstel Amsterdam, eigenaar Fort Diemerdam

Stella van Heezik

Door Liesbeth Maas en Steven van der Gaag

Toen Stella van Heezik voor het eerst op Fort Diemerdam rondliep, dacht ze: “Deze plek is zo prachtig. Zo ongerept. Hier moet je niks aan veranderen.” Negen jaar later zit ze aan een tafeltje in het futuristisch vormgegeven Paviljoen Puur.

Als een wervelend lint heeft het gebouw zijn draai gevonden tussen de oorspronkelijke houten woning van de fortwachter en de grijze bunkers waar prachtige foto’s van Jacob Olie tonen hoe het een eeuw geleden was. Op de beelden zijn mannen met vuile smoelen zichtbaar die in de munitiekamers kogels in karretjes laden. De rails voor het transport naar de kanonnen is nog grotendeels intact. Het fort tart de verbeelding. Kinderen kruipen door roestige luikjes en schuimen met besmeurde gezichten over de groene heuvels, terwijl hun ouders dwalen over de route die de fortwachter liep. Steeds vaker fungeert de plek als decor voor een huwelijk.

Ontmoetingsplek
Stadsherstel Amsterdam restaureert voornamelijk historische panden in de binnenstad van Amsterdam. “Een fort was nieuw voor ons,” zegt Van Heezik. “We wilden deze plek eigenlijk gebruiken als slaapplaats voor de jongeren van Stichting Herstelling, die verderop huist in de door ons gerestaureerde Kringenwetboerderij De Zeehoeve.” Herstelling helpt jongeren via werkzaamheden aan de Stelling van Amsterdam op weg naar een regelmatig arbeidsleven. “Zo hebben ze hier de fortwachterswoning geverfd, het ijzeren hek gesmeed en houden ze nog altijd het groen bij.”

Herstelling haakte af en vervolgens groeide het idee om het fort open te stellen en weer de ontmoetingsplek te laten zijn die het vroeger ook was. IJburg is dichtbij en de fietsroute Amsterdam Zeeburg – Muiden was in ontwikkeling. “Het paste steeds meer dat hier een plek zou komen waar mensen kunnen genieten van het groen en lekker kunnen eten en drinken.”

Conducteurswoning
Van Heezik ontdekte dat er in de stijl van de fortwachterswoning een tweede huis had gestaan op het terrein. De zogenaamde conducteurswoning van de man die de munitie en kanonnen onderhield. “Dat huis wilden we eerst nabouwen, maar de Raad van Advies van Stadsherstel vond het juist een goed idee om een jong bureau de kans te geven een eigentijds gebouw te ontwerpen. Dat werd Emma Architecten.”

“Het is toch werelderfgoed waar je iets nieuws op zet”

“Tegen onze plannen kwam geen weerstand”, vervolgt Van Heezik. “Terwijl ik dat wel verwacht had. Het is toch werelderfgoed waar je iets nieuws op zet. Ik liet echter geen gelegenheid voorbij gaan om met de maquette onder de arm over de plannen te vertellen. En ik ging ook altijd samen met de architect naar gesprekken met overheden en belanghebbenden. Om bestemmingsplan en vergunningsprocedures kun je niet heen. Maar je moet ze allemaal in kaart hebben en de mensen enthousiast maken, zodat ze zich achter de plannen scharen.”

Fort bij Diemerdam 00

Broedhopen voor ringslangen
Ook tegen de aantasting van de flora en fauna op het fort kwam geen verzet. “We hebben direct een ecoloog bij de ontwikkeling betrokken. Hij adviseerde het publiek centraal te houden, zodat de natuur in de buitenste schil kan floreren. Daar is het gras hoger, hebben we de gracht verbreed en broedhopen voor ringslangen gemaakt.” Uiteindelijk bleef het stil op de formele inspraakavonden. “We hadden het al verteld.”

Toch was er ook sprake van vertraging omdat het fort – zoals de meeste – op een moeilijk bereikbare plek ligt. “De heistelling was te zwaar voor de brug, dus we hebben een noodbrug moeten aanleggen. Dat heeft veel tijd en geld gekost, maar we waren al te ver om de ontwikkeling nog te stoppen.”

Tevreden blik
Daarnaast bleek het lastig om een ondernemer te vinden. “In de binnenstad staan ze in de rij, maar hier moet je echt op iemand stuiten die verliefd is op de plek. Bij drie partijen is het afgeketst en vlak voor de oplevering kwamen we in contact met Puur, die we als cateraar kenden vanuit ons netwerk. Ze zijn dezelfde middag gaan kijken. Dat enthousiasme wil je zien. Dan neemt een ondernemer knelpunten als bereikbaarheid ook voor lief in plaats van daarover te klagen.”

Een tafel verderop geeft de gids van het Historisch Genootschap Diemen les aan een van de Puurmedewerkers. Straks komt er een groep dames voor een rondleiding. Van Heezik bekijkt het tafereel met tevreden blik. “Als eigenaar blijf je betrokken, maar op een gegeven moment moet je de ondernemer loslaten.”

Al in 1305 stond hier een herberg waar Diemenaren, Amsterdammers en reizigers genoten van het magnifieke uitzicht over de Zuiderzee. In later eeuwen werd het een kustbatterij waar in 1787 dreigend gebalder van kanonnen klonk toen Pruisische troepen het gezag van stadhouder Willem V in Amsterdam kwamen herstellen. Daarna raakte de batterij in de vergetelheid tot het eind negentiende eeuw onderdeel werd van de Stelling van Amsterdam ter verdediging van de monding van het IJ. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hielden dienstplichtigen er de wacht maar de kanonnen vuurden nimmer. In 1954 trok Defensie zich terug, maar pas vijftig jaar later komt er weer leven op de batterij als Stadsherstel het fort koopt en maakt tot een plek waar Diemenaren, Amsterdammers en reizigers elkaar kunnen ontmoeten. Net als 700 jaar geleden.

DE TIP VAN STELLA VAN HEEZIK:
"VERTEL ZO VEEL EN VAAK MOGELIJK OVER HET PROJECT."

Fotoverantwoording

Eerste foto genomen door Thomas Schlijper
Tweede foto genomen door Kenneth Stamp

Geüpload 27-10-2014

naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.