Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

Boek Leven langs de liniedijk

Het Noordwestfront van de Stelling van Amsterdam

Stichting Uitgeverij Noord-Holland

Tussen Krommenie, Assendelft, Uitgeest, Heemskerk en Beverwijk ligt een gebied met slingerende dijkjes en half verscholen forten. Deze groene zone was in de vorige eeuw de hoofdverdedigingslinie van Amsterdam. Er hebben zich veel verschillende gebeurtenissen voorgedaan. Nederlandse dienstplichtigen oefenden voor de oorlog en deden van alles om de verveling te verdrijven. Duitse soldaten pleegden er oorlogsmisdaden, maar hielpen ook kinderen aan eten. Sommige boeren kregen te maken met onder water gezet land, andere verdienden juist aan het onderhoud van de liniedijk. Sommige gebeurtenissen haalden de krant. Andere werden vastgelegd op foto’s of van vader op dochter doorverteld.

In 2011 besloten de vrijwilligers van het Fort bij Krommeniedijk de mooiste foto’s en verhalen te verzamelen. Ze kregen hulp van de mensen van het Fort aan den Ham en Fort bij Veldhuis. Het resultaat is een unieke verzameling verhalen over het noordwestfront van de Stelling van Amsterdam, met daarin Fort bij Krommeniedijk, Fort aan den Ham, Fort bij Veldhuis, Fort aan de Sint Aagtendijk, Fort bij Velsen en Fort Zuidwijkermeer.

Samen schetsen de verhalen over grote en kleine gebeurtenissen een beeld van wat zich in de omgeving heeft afgespeeld. Originele foto’s wekken het beeld verder tot leven. In dit rijk geïllustreerde boek is te lezen over het landschap dat de Stelling van Amsterdam mogelijk maakte en de natuur die hierdoor ontstond. Maar vooral vertelt het de verhalen van mensen die in de forten en nabij de liniedijk hebben gewoond, gewerkt en geleefd.

Stichting Uitgeverij Noord-Holland. ISBN: 978-90-78381-75-4
bestellen@uitgeverij-noord-holland.nl / www.uitgeverij-noord-holland.nl 

naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.