Ga direct naar inhoud

Verhaal van Tom van Nouhuys

Paviljoen Rijksmagazijn

Stelling van Amsterdam, onderdelen in de stad Amsterdam

 ‘Geslaagd hergebruik’
 
Mijn persoonlijke verbintenis met de Stelling van Amsterdam is begonnen en vooralsnog geëindigd bij Forteiland Pampus. Toen ik rond 1990 als middelbare scholier tijdens een weekendje zeilen voet op het ruïneuze Pampus zette was dat ongetwijfeld mijn eerste onbewuste kennismaking met de forten van de Stelling van Amsterdam. Ruim twintig jaar later ben ik weer aangemeerd op Pampus, maar dan in de functie van directeur. Daarmee vormt Forteiland Pampus een rode draad in mijn kennismaking met de Stelling. Toch waren het in de tussentijd vooral andere bouwwerken van de verdedigingslinie die door de herbestemming ervan mijn aandacht trokken.
 
De meeste forten onderscheiden zich door niet op te vallen. Dat onderscheidend vermogen is zo succesvol dat de Stelling van Amsterdam tot op de dag van vandaag voor velen aan het oog onttrokken wordt. Ook ik heb daardoor veel van de Stelling rondom Amsterdam gemist of niet herkend. Anders is dat binnen de stadsgrenzen van Amsterdam, waar de bouwwerken wel in het oog mochten springen.
Een locatie van de verdedigingslinie in de stad Amsterdam die mij bijzonder boeit is de Silodam, waaraan ooit als eerste de bakstenen graansilo Korthals Altes lag. Tegenwoordig heeft de graansilo een woonbestemming en wordt deze omgeven door een tweede voormalige betonnen graansilo en het markante woongebouw van architectenbureau MVRDV. Toen dat laatste werd gebouwd, werd mijn interesse gewekt en besefte ik pas wat de historie van het aanpalende pakhuis was. Nog altijd vind ik de Silodam in zijn geheel een schoolvoorbeeld van geslaagd hergebruik. De herbestemming is functioneel geslaagd, oude en nieuwe monumentale gebouwen gaan hand in hand en de historie komt goed tot uitdrukking.
 
Een ander interessant gebouw midden in Amsterdam is het Rijksmagazijn van Geneesmiddelen aan de Sarphatistraat. Dit gebouw was destijds onderdeel van de Stelling van Amsterdam, maar is tegenwoordig kantoor van woningcorporatie Stadgenoot. Ook hier werd mijn aandacht getrokken doordat met het herbestemmen ook nieuwbouw werd gepleegd. Tegen het Rijksmagazijn aan is enkele jaren terug een buitengewoon elegant koperen paviljoen van de architect Steven Holl geplaatst. En ook hier geldt weer dat oud- en nieuwbouw zich prachtig naast elkaar verhouden waardoor het gebouw en de historie van het oorspronkelijke Rijksmagazijn op een verantwoorde wijze de aandacht trekken.
 
Wat de beide plekken bewijzen is dat succesvol herinrichten en herbestemmen van ruimten binnen  de Stelling van Amsterdam kan. Dat geldt ook voor de forten, die bovendien vaak een publieke bestemming hebben gekregen. Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat de Stelling van Amsterdam, samen met andere waterlinies, de potentie heeft van een recreatieve topattractie waar publiek heen gaat voor rust, amusement en historie. Voorwaarde is dat de forten, net als hun collega-gebouwen in de stad, opvallen bij het grote publiek. En dat zonder het bouwkundig verborgen karakter van de Stelling te verloochenen.
 
Mijn geheugen van de Stelling bevat vooral een boodschap voor de toekomst: De Stelling van Amsterdam is een uniek landschap met twee aantrekkelijke kenmerken: een historische en een attractieve. Daarmee verdient het net als bijvoorbeeld de Veluwe een vaste en opvallende plek hoog op de lijst van recreatieve tijdsbestedingen in Nederland.
 
Tom van Nouhuys
Directeur Forteiland Pampus

Geüpload 06-12-2012

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.