Ga direct naar inhoud

Deel via social media

"Het eiland is een ruwe parel"

Christine Meeusen, projectleider Staatsbosbeheer, eigenaar Vuurtoreneiland (Kustbatterij bij Durgerdam)

Vuurtoren eiland 00

Door Liesbeth Maas en Steven van der Gaag

De ontwikkeling van het Vuurtoreneiland, iets ten noorden van Amsterdam, is in volle gang. Langzaamaan verandert het ruige eilandje in een hippe horecaplek.

Vier jaar geleden kreeg Christine Meeusen van een collega Vuurtoreneiland in haar schoot geworpen. De eerste ontmoeting met het eiland zal ze niet gauw vergeten. “Het was slecht weer, de wind wervelde langs mijn oren, het schuimende water van het IJ klotste tegen het eiland. Het uitzicht was schitterend: aan de ene kant zag ik Amsterdam, de A10 en de boten, en aan de andere kant de weilanden en het dorp Durgerdam.”

In de voetbalkantine
Het kantoor van Staatsbosbeheer staat haaks op deze eilandomschrijving: een zakelijk pand in een kantoorwijk vlakbij Station Sloterdijk in Amsterdam. Hier vertelt Meeusen dat ze het er opeens uitflapte, tijdens een interview met dagblad Trouw: Staatsbosbeheer zoekt ondernemers voor het Vuurtoreneiland. “Nou, dat heb ik geweten. Binnen korte tijd kwamen er maar liefst 330 plannen bij ons binnen! Van een nachtclub en manege tot een meditatie- en museumeiland.”

Maar welk idee paste bij wat Meeusen voor ogen had? “We zijn eerst met de bewoners van Durgerdam in hun voetbalkantine om de tafel gaan zitten. Het pittoreske dorp is een populair uitje voor Amsterdammers. Zij maakten zich bijvoorbeeld zorgen over de toename van het verkeer op de smalle dijk.” Maar er waren meer partijen die iets wilden, vonden of moesten, zoals de gemeente, Natuurmonumenten en Rijkswaterstaat. “Uiteindelijk hebben we een aanbestedingsprocedure geformuleerd die bestond uit verschillende stappen. In de beoordeling speelden onder meer ervaring, eisen en wensen een rol.”

Kwetsbaar gebied
Over de eisen die uiteindelijk werden opgesteld kon niet worden gediscussieerd, vervolgt de projectleider. “Het Vuurtoreneiland ligt in een kwetsbaar gebied, tussen een aantal beschermde natuurgebieden in. De ondernemer moet hier rekening mee houden.” Het is ook nog eens een moeilijk bereikbare plek. Er is een dijkje vanaf Durgerdam, maar dat is niet toegankelijk voor het publiek. “Dat was dus ook een eis, al gaat het om een tros tomaten die je bent vergeten: alle vervoer moet over het water. Niet iedere ondernemer durft zoiets aan.” En ook niet iedere ondernemer wil het restaureren en onderhouden van de gebouwen op het eiland voor zijn rekening nemen – Staatsbosbeheer heeft hiertoe niet de financiële middelen.

“Al gaat het om een tros tomaten: alle vervoer moet over het water”

De Amsterdamse ondernemers Brian Boswijk en Sander Overeinder (kok restaurant As) bleven ronde na ronde in de race en vroegen Staatsbosbeheer vorig voorjaar of zij hun idee mochten uitproberen: een zomerrestaurant, van juni tot en met september, met diners op vaste dagen en tijden in de week, inclusief bootvervoer van en naar het eiland. “In principe lijkt zo’n ad-hoc-initiatief niets voor de overheid, maar ik was meteen positief. Ik denk liever in mogelijkheden dan in beperkingen en ben me ervan bewust dat een marktpartij vaak sneller kansen ziet dan een overheidsinstantie. Het experiment woog overigens niet mee in de uiteindelijke keuze van de aanbesteding.”

Hoge hakken
Het reserveringsboek was binnen no time vol, het zomerrestaurant was een daverend succes. Meeusen grinnikt. “Op onze locaties zie ik doorgaans alleen mensen met fleecevesten en bergschoenen aan, maar daar liepen hippe mensen rond, meiden in jurkjes en met hoge hakken.” Het mooiste vond Meeusen nog dat iedereen zo onder de indruk was van de schoonheid van het eiland, zo dicht bij de stad. “Wie weet stimuleert het hen de natuur wat vaker op te zoeken.”

Altijd neemt ze haar mobiel mee naar bed, maar die ene keer, 2 september 2013, niet. “Ik was zo moe, liet daarom de telefoon beneden en ging slapen.” De volgende ochtend zag ze tientallen gemiste oproepen. Er had een fikse brand gewoed op ‘haar’ Vuurtoreneiland, het tijdelijke zomerrestaurant was in vlammen opgegaan. Gelukkig waren er geen slachtoffers, en bleef het eiland ongeschonden.

Troostende winst
Een ontplofte gasfles maakte een vroegtijdig einde aan het restaurant, maar Boswijk en Overeinder konden zich troosten met de winst: zij mogen Vuurtoreneiland gaan ontwikkelen tot een plek waar kan worden gegeten én geslapen. “Brian en Sander voelen goed aan wat wij bedoelen. Het eiland is een ruwe parel die je niet helemaal glanzend moet willen maken.”

Staatsbosbeheer verhuurt het eiland momenteel aan de horecaondernemers, het erfpachtcontract van dertig jaar gaat in als het bestemmingsplan gereed is. “Wij hanteren op deze bijzondere plek een instapcanon, wat betekent dat het bedrag voor de erfpacht de eerste vijf jaar laag is. We realiseren ons dat juist die eerste jaren vol investeringen kostbaar zijn. Daarna volgt een canon die is gerelateerd aan de omzet.”

Durgerdam Het is nog geen twee voetbalvelden groot, dit eilandje in het IJmeer. Tot de vijftiende eeuw lag op deze plek het gehucht IJdoorn, dat in 1421 werd verzwolgen door de Sint Elizabethsvloed. Het eiland dankt zijn naam aan de Vuurtoren die er rond 1700 op staat. In 1893 werd dit stenen exemplaar vervangen door eentje van gietijzer – nog steeds de enige vuurtoren van de hoofdstad. In 1809 kreeg het eiland een militaire functie en werd in 1883 onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Samen met Forteiland Pampus en Fort Diemerdam moest Vuurtoreneiland/ Kustbatterij bij Durgerdam Amsterdam verdedigen tegen aanvallen vanuit de Zuiderzee.

DE TIP VAN CHRISTINE MEEUSEN:
"WEET DAT STAATSBOSBEHEER VOLOP IN BEWEGING IS EN OPENSTAAT VOOR GOEDE INITIATIEVEN UIT DE MARKT. VUURTORENEILAND LAAT ZIEN DAT ER MEER IN DE NATUUR MOGELIJK IS DAN JE DENKT."

Fotoverantwoording

Foto genomen door Kenneth Stamp

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.