Ga direct naar inhoud

Geboren op Fort Noord

Ik ben geboren op Fort Noord (Fort benoorden Spaarndam). In de fortwachterswoning die er nog staat. Mijn opa was de fortwachter en zijn naam was Jan Koer. Het huis bestond uit twee van elkaar gescheiden gedeelten. In het linker gedeelte woonde de dorpsveldwachter de heer Akooij (of van Akooij). Mijn opa en oma, Trijntje de Boer (die laatste heb ik nooit gekend) woonden in de rechter zijde. Mijn moeder, haar naam was Debora Koer, was één van de drie kinderen van Jan Koer. Mijn moeder trouwde met mijn vader, Dirk Ruurd de Jong, op 17 september 1942. De fortwachterswoning was zo groot dat er kennelijk plaats was voor beiden. Daar kwam ik dus bij. Ik ben geboren op 1 mei 1943, in een kamer op de eerste verdieping van de woning. Volgens de aanwezige informatie bij de Oudheidkundige Vereniging Spaarndam zou er op het fort niemand geboren zijn; wel dat is dus onjuiste informatie. Ik denk dat ik een van de weinigen ben die kan zeggen dat hij op een fort van de Stelling van Amsterdam is geboren. Het fort was uiteraard door de Duitsers bezet; helaas weet ik daar weinig van. Wel weet ik dat ik een tamme kraai had die vaak op de rand van mijn box zat. Naar zeggen heeft een van de Duitse soldaten die kraai gevangen en opgegeten (?). Verder weet ik dat op een zondag de plaatselijke dokter met zijn vrouw varend in hun roeibootje op een Duitse mijn stootten en door de explosie om het leven kwamen. Weer naar zeggen werd door mijn opa en de veldwachter nog een reddingspoging ondernomen, zonder succes.
Geruime tijd geleden alweer (ong. 10 jaar) ben ik nog eens door 'mijn dorp' gewandeld en zag hoe mooi het was. Ook 'het tuinpad van mijn vader' was er nog. Wel vond ik toen dat het Fort Noord er beroerd 'bij lag' d.w.z. er lag veel zwerfafval en ander vuil; kortom het zag er armoedig uit. dat is jammer.
Ben erg benieuwd of er commentaar komt op mijn stukje? dr.dejong@yahoo.com 

Geüpload 17-02-2011

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.