Ga direct naar inhoud

Deel via social media

“Erfgoed zit bij ons in de botten”

Harry Brinkman, burgemeester gemeente Beemster

fort aan de nekkerweg 00

Door Liesbeth Maas en Steven van der Gaag

Aan het roer van de gemeente Beemster staat burgemeester Harry Brinkman. De Metamorfose van het vervallen Fort aan de Nekkerweg naar het gerieflijke Fort Resort Beemster past precies in de erfgoedvisie van zijn gemeente. Een gesprek in de burgemeesterskamer van het gemeentehuis.

Harry Brinkman is trots op wat er in Fort aan de Nekkerweg tot stand is gebracht. Dat merk je aan zijn enthousiaste manier van vertellen en aan de schittering in zijn ogen. Hij is als burgemeester vanaf het prille begin, in 2004, bij de ontwikkeling van het fort betrokken geweest. Volgens hem is Fort Resort Beemster het resultaat van een harmonieuze samenwerking tussen verschillende partijen zoals de gemeente, de provincie en de ondernemers zelf, Frank en zijn broer Henk Bart.

 “We hebben steeds gedacht: dit moet lukken!”

 De Stelling van Amsterdam telt 42 forten; vijf daarvan liggen in de droogmakerij De Beemster. Dat betekent een bijzondere situatie van tweemaal uniek erfgoed, want zowel de Stelling als de Beemster prijken op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Samenwerkend werelderfgoed
Tot voor kort was Harry Brinkman voorzitter van de OWHC, de Organization of World Heritage Cities, opgericht met het doel dat werelderfgoedsteden elkaar helpen en een gezamenlijk beleid ontwikkelen. Het uitgangspunt van het OWHC kwam in dezelfde periode tot stand als het idee voor Fort aan de Nekkerweg. Burgemeester Brinkman: “De term die wij hiervoor hanteren is ‘adaptive re-use’. Probeer werelderfgoed te benutten waarvoor het is gemaakt, een gemaal moet bijvoorbeeld malen. Als dat niet kan, pas het gebruik dan aan. Een monument krijgt op die manier een economische betekenis waardoor het makkelijker in stand te houden is.” Hij vervolgt: “Ik heb die argumentatie hier gebruikt om diverse partijen, zoals Rijksadviseurs en de buren van het fort, ervan te overtuigen dat het mogelijk was, een resort in een verdedigingsfort.”

Beren op de weg 
Zijn eigen gemeentebestuur hoefde hij dit gedachtegoed niet in te prenten. “Nee, het erfgoed zit bij ons in de botten”,zegt Brinkman, “en juist ook het hergebruik ervan. We hebben altijd pal achter het idee van Frank Bart gestaan. Samen met hem wilden we zo efficiënt en zorgvuldig mogelijk dit grootschalige traject ingaan. Er zijn altijd beren opde weg maar we hebben steeds gedacht: dit moet lukken!” Dat Beemster een kleine gemeente is, met korte lijnen, kan volgens de burgemeester een voordeel zijn. “Maar dat neemt niet weg dat je de kennis, kunde en vaardigheden in huis moet hebben. De kwaliteit hier is geborgd door externe adviesorganen, maar vooral ook door ons eigen gemotiveerde college, en dan noem ik met name wethouder Ruimtelijke Ordening Han Hefting.”

Harry Brinkman

Kronkelige slotgracht
Cruciaal volgens de burgemeester is, het klinkt zo simpel, alle obstakels en uitdagingen van tevoren te weten. “We hebben iedere betrokkene al in de voorfase bij het project gehaald. Van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed tot de buren van het fort. Als je in een vroeg stadium op de hoogte bent van de geldende regels, kun je het ontwerp en de vergunningaanvraag daarop aanpassen en kom je voor minder verrassingen te staan.”

De gemeente Beemster en de provincie Noord-Holland werkten eensgezind samen aan de herbestemming van Fort aan de Nekkerweg. “We zorgen allebei gedreven voor ons werelderfgoed en hebben daar bestuurlijke afspraken over gemaakt. De Beemster kenmerkt zich sinds 1600 door rechte lijnen, strakke verkaveling en precieze maatvoering tussen de wegen en de sloten. De slotgracht en beplanting van een fort daarentegen zijn, vanwege hun verdedigingstaak, juist kronkelig. Toch verdragen de Beemster en de Stelling zich hier goed.”

Wie durft?
Beemster probeert nieuwe ondernemers te interesseren. En dat is niet eenvoudig. “Ondanks alle voorzorgsmaatregelen blijft het ontwikkelen en ondernemen van een fort een klus van jewelste. Je moet het honderd procent willen. Je moet kennis van forten hebben of die ergens anders vandaan halen. Eigenlijk zou iedere fortondernemer met Frank Bart om de tafel moeten gaan zitten, hij weet er veel van.” Brinkman vertelt dat er veel interesse is voor het bijzondere hergebruik van Fort aan de Nekkerweg, ook vanuit het buitenland. “Het is mooi dat je kan laten zien wat je als gemeente samen met een ondernemer voor elkaar hebt

gekregen: een verstrengeling van economisch en erfgoedbelang.” De wellness van het resort heeft hij nog niet uitgeprobeerd. “Nee, dat is niets voor mij, maar ik ga zeker een keertje in een van de suites overnachten.”

 Er zijn nog twee forten in Beemster beschikbaar voor toekomstige ondernemers.  Wie durft?

DE TIP VAN BURGEMEESTER HARRY BRINKMAN:
“GA AAN DE VOORKANT ZITTEN, WAARMEE IK BEDOELDAT JE ALLE PARTIJEN AL IN HET BEGINSTADIUM VAN JE PL ANNEN BIJ DE ONTWIKKELING BETREKT.”

Fotoverantwoording

Eerste foto genomen door Kenneth Stamp
Tweede foto genomen door Fotografie Bart Homburg

Geüpload 23-10-2014

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.