Ook de nieuwsbrief van Stelling van Amsterdam ontvangen? Schrijf je in!

NS Wandeltochten

wandelaarsopdedijk
Wandelen van station naar station. Maak kennis met de lange-afstandswandelpaden die Wandelnet in opdracht van de Nederlandse Spoorwegen ontwikkelde. Enkele hiervan doen het Stellinggebied aan.

Ankeveense Plassen - 21 km

Over de Franse Kampheide wandelt u naar de Gooise Lusthoven waar imposante landhuizen te vinden zijn, die vroeger dienst deden als zomerverblijf voor voorname families. Slingerpaden, lanen en waterpartijen kenmerken dit prachtige gebied. Na een bezoek aan het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten loopt u al snel het bos uit. Het graspad langs de mooie Ankeveense Plassen kan drassig zijn. De Vecht kruisen en via het Streekpad Stelling van Amsterdam de eeuwenoude Aetsveldse Polder in naar het stadje Weesp. De online route van de wandeling.

© Cultuurcompagnie NH

Liniepad - 10 km

De wandeling over het Liniepad geeft een goed beeld van de vroegere Stelling van Amsterdam tussen Fort Abcoude en Fort bij Nigtevecht. Het wandelpad is genoemd naar de liniedijk waar je een deel van de wandelroute overheen wandelt. Verder heeft het riviertje het Gein een belangrijke plaats op deze wandelroute. De online route van de wandeling.

Geniedijk

foto: Kenneth Stamp

Geniedijk

18,4 km van Station Hoofddorp naar Station Haarlem.

Wat deze stevige dagtocht zo bizar én leuk maakt is dat je vlakbij station Hoofddorp de grashelling van de Geniedijk opklimt en dat je dit groene lint kilometerslang volgt. Buiten de bebouwing van Hoofddorp wordt de Geniedijk steeds mooier, geflankeerd door hoge, oude bomen met voortdurend de beleving van de Stelling van Amsterdam. Al in de eerste kilometer op de machtige dijk passeer je een batterij voor zwaar geschut, een damsluis in de Hoofdvaart en het Fort bij Hoofddorp. Hoogtepunt van deze wandeling is het mooi gelegen Kunstfort Vijfhuizen. Daarna wandel je langs de ringvaart en over het jaagpad langs het Spaarne naar het centrum van Haarlem. Als de Stroomboot vaart en de tijd het toelaat is een uitstapje naar het Cruquiusgemaal een aanrader. De NS-wandeling is onderdeel van het 135 km lange streekpad ‘Stelling van Amsterdam’, rond de hele linie. Bekijk de route.

naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.