Ga direct naar inhoud

Museum van de Twintigste Eeuw

Print

Beschrijving

Het Museum van de 20e Eeuw in Hoorn vertelt aan de hand van honderden voorwerpen en tientallen interieurs over het leven in de vorige eeuw. Hoe woonden onze (groot)ouders? Met welk speelgoed speelden kinderen? Wat voor winkels waren er? Hoe werd gekookt? Wat deed men in de vrije tijd? Wat was er op radio of televisie te beleven? Op dit soort vragen krijg je in dit nostalgische museum antwoorden. Nog nooit is binnen 1 eeuw zoveel veranderd. We werden mobieler en communiceerden steeds meer. Neem een duik in je eigen verleden en dat van je (groot)ouders en verbaas je over de vele ontwikkelingen.

FEEST DER HERKENNING
Hoewel je soms verbaasd bent over wat er allemaal is veranderd in de twintigste eeuw, zul je ook veel herkennen. Die oude woonkamer doet denken aan de kamer van oma. Op die bromfiets heeft vader jaren rondgereden. Met dit speelgoed speelde ik vroeger ook en die radio stond bij ons thuis! Het Museum van de 20e Eeuw is een waar Feest der Herkenning. Je ontdekt leuke voorwerpen van vroeger, maar leert ook over armoede, hard en lang werken en eenvoudige woonomstandigheden. Niet eerder veranderde er in één eeuw zoveel als in de twintigste eeuw! Een eeuw die iedereen meer vrije tijd bezorgde, een ieder mobieler maakte, denk maar aan auto en (brom)fiets, een eeuw die ons over de hele wereld liet communiceren en onze samenleving drastisch veranderde.

MUSEUM VOOR IEDEREEN
Jong en oud herkent zaken in dit museum. Voor de één is dat het constructiespeelgoed Meccano, voor de ander de oranje emaillen potten en pannen. De eerste spelcomputer met Pong of de oude videorecorder met pianotoetsen misschien. Het interieur van de Grutters-winkel of juist van de Fourniturenzaak. Het lavet in de oude badkamer of de kolenkachel in de jaren ‘50 huiskamer.

voor bezoekers

bezoekadres
Krententuin 24
1621DG   Hoorn

openingstijden
Maandag t/m vrijdag van 10 tot 17 uur, zaterdag en zondag van 12 tot 17 uur.
Gesloten op Koningsdag, 25 december en 1 januari.
2e Paasdag, Hemelvaartsdag, 2e Pinksterdag en 2e Kerstdag geopend van 12 tot 17 uur.

Locatie

contactgegevens

postadres
Krententuin 24
1621DG   Hoorn
(0229) 21 40 01
website
e-mail

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.