Ga direct naar inhoud

Deel via social media

Stichting tot Behoud Fort Werk IV

Print

Beschrijving

De Stichting tot Behoud van Fort Werk IV heeft zich als doel gesteld dit bijzondere fort in haar volle glorie te herstellen. Door het realiseren van diverse plannen op het gebied van cultuur, educatie en recreatie en door het terrein beter toegankelijk te maken wil de Stichting zoveel mogelijk mensen laten genieten van het fort.

Van de vijf verdedigingswerken die omstreeks 1870 voor de vesting Naarden werden gebouwd als voorlinie rond Bussum, is fort Werk IV de grootste. Helaas is fort Werk IV het enige overgebleven verdedigingswerk. Het fort ligt vooruitgeschoven op het hooggelegen Gooi, en vormt een onderdeel van de Hollandse Waterlinie. Deze linie moest in tijden van oorlog de Randstad Holland beschermen tegen de vijand. Door de hoge ligging wordt het fort niet zoals gebruikelijk omgeven door een watergracht, maar door een droge gracht waarin een muur met schietgaten en uitstulpingen is gebouwd. Links en rechts van het terrein staan twee bomvrije gebouwen de zgn. Kazematten daartussen is een stenen doorgang, de zgn. Poterne die toegang geeft tot de gracht. Op het middenterrein staat de fortwachterswoning.

Het fort is rond 1870 aangelegd als het hoofdwerk van 5 verdedigingswerken die de 'voorstellling' van Naarden vormden. Deze voorstelling was onderdeel van De Nieuwe Hollandse Waterlinie; een van de hoofdverdedigingslinies van Nederland. Een unieke verdedigingslinie die door de Nederlandse regering is voorgedragen voor de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

Het fort is een groene oase binnen de verstedelijking. Het terrein is echter door velen nog niet ontdekt. De stichting tot Beheer van Werk IV beoogt niet alleen het fort te restaureren, maar het eveneens toegankelijker te maken voor een groter en gevarieerd publiek. Toekomstige functies van het fort liggen op het culturele, creatieve, educatieve en recreatieve vlak. In de bijbehorende genieloods zetelt Atelier Vernissage, een atelier voor creatieve en culinaire cursussen,workshops en arrangementen.

voor bezoekers

bezoekadres
Dr. Abraham Kuyperlaan 1 A
1402SB   Bussum

Locatie

contactgegevens

postadres
Postbus 20
1400AA   Bussum
website
e-mail

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.