Ga direct naar inhoud

Deel via social media

Museum van het Nederlandse Uurwerk

Print

Beschrijving

Dit geregistreerde museum, gehuisvest in een schilderachtig 17e-euws wevershuis, beschikt over een unieke verzameling historische Nederlandse uurwerken vanaf 1500 tot 1850. Verdeeld over verschillende huiselijke vertrekken worden specifieke typen uurwerken in werking getoond.

Dit sinds een jaar of dertig bestaande museum was voorheen het onderkomen van een particuliere collectie en staat op de Zaanse Schans. Het is gespecialiseerd in Nederlandse uurwerken en toont de ontwikkeling daarvan van de 15de tot en met de 19de eeuw. Het van een fraaie klokgevel voorziene pand werd als laatste huis vanuit Assendelft naar de Zaanse Schans overgebracht.

De Hollandse uurwerkmakerij was in het begin van de 18de eeuw voor een niet onbelangrijk gedeelte in de Zaanstreek geconcentreerd. Hoewel het dus voor de hand ligt dat dit museum ruim aandacht besteedt aan het Zaanse uurwerk, wordt een volledig overzicht gegeven van de geschiedenis van de tijdmeting in Nederland. Van torenuurwerken, via de vroegste Haagse klokken met het octrooi van Huygens, de eerste Nederlandse staande klok, tafelklokken en de rijke Amsterdamse staande horloges tot en met precisieklokken uit de 19de eeuw. Daartussen kan men bijzonderheden bewonderen als carillonklokken, planetaria en planisphaeria, klokken met mechanieken en een door zijn eigen gewicht aangedreven klok. Ook gouden en zilveren Nederlandse zakhorloges ontbreken niet in de collectie.

Naast de genoemde hoogtepunten komen klokken uit alle Nederlandse regio?s, van Groningen tot en met Limburg en zelfs Vlaanderen, in dit museum aan bod. Voorts kunt u een modelwerkplaats bekijken met veel originele gereedschappen en hulpmiddelen. Het museum beschikt over uitgebreide documentatie over klokken en klokkenmakers. In de museumwinkel is een ruim aanbod van boeken over uurwerken en aanverwante onderwerpen te koop.

voor bezoekers

bezoekadres
De Zaanse Schans Kalverringdijk 3
1509BT   Zaandam

openingstijden
April t/m oktober: dinsdag t/m zondag van 11 tot 17 uur.
November t/m maart: zaterdag en zondag van 11 tot 17 uur.

Locatie

contactgegevens

postadres
Kalverringdijk 3
1509BT   Zaandam
(075) 617 97 69
website
e-mail

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.