Ga direct naar inhoud

Deel via social media

Luchtvaart & Oorlogsmuseum Texel

Print

Beschrijving

De ideeën voor het oprichten van het toenmalige Luchtvaart Museum Texel zijn ontstaan na de viering van het 50-jarig bestaan van vliegveld Texel in 1987. Aan dit festijn was het 5-jarig jubileum van de DDA en het 70-jarig bestaan van het Amfibisch Oefenkamp ?De Mok?gekoppeld.
Zo?n 15.000 toeschouwers bezochten de voor deze gelegenheid opgestelde expositie in de vliegveldhangaar. Door het enthousiasme van het publiek werd gedacht aan een vaste tentoonstelling in de vorm van een museum.

In 1988 werd de stichting Luchtvaartmuseum Texel opgericht, mede door vliegvelddirecteur/havenmeester Ed de Bruyn. Hij was continu bezig met het zoeken van een mogelijkheid om een museum op het vliegveld te realiseren. Weinig mogelijkheden waren voor handen en toen dan ook de zweefvliegclub in 1995 aangaf een nieuwe behuizing nodig te hebben, werd de mogelijkheid om in de oude zweefvlieghangaar een museum te beginnen met beide handen aangepakt.

Ondertussen werd historicus Gelein Jansen bij het museum betrokken en hij ging voorbereidingen treffen voor een museum. Een kantoortje werd ingericht, spullen werden er naartoe gesleept en plannen voor de inrichting werden gemaakt.

Enthousiastelingen werden in april 1996 bij elkaar getrommeld en in 1 maand tijd werd het museum ingericht. Dat was een heel kunststuk en er is ontzettend hard gewerkt. Met met name tweede hands materiaal (standmateriaal) werd de expositie samengesteld. Het resultaat was er echter niet minder om, zeker als je kijkt in wat voor een korte tijd het museum is opgebouwd.

Op 17 mei 1996 werden de deuren van het museum voor het eerst voor publiek geopend. Sindsdien mag het museum op zo?n 16.000 bezoekers per jaar rekenen. Het museum zou echter al snel uit haar jasje groeien.

Naast een expositie over de luchtoorlog in WOII, werd er aandacht geschonken aan de Georgische Opstand uit diezelfde periode. Door uitbreiding van de exposities uit deze periode en ruimtegebrek voor de luchtvaarttentoonstelling voelde het museum zich in 2001 genoodzaakt tot uitbreiding van de expositieruimte.

Maar niet alleen de ruimte werd te klein, ook de naam van het museum omvatte de inhoud niet meer. Hierdoor heeft het museum besloten haar naam en logo te veranderen in Lu=htvqaart & Oorlogsmuseum Texel.

voor bezoekers

bezoekadres
Vliegveld Texel, Postweg 120
1795JS   De Cocksdorp

openingstijden
Vanaf 1 week voor Pasen t/m de herfstvakantie: dinsdag t/m zondag van 11 tot 17 uur.

Locatie

contactgegevens

postadres
Postweg 126
1795JS   De Cocksdorp
(0222) 31 16 89
website
e-mail

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
Ben je geen robot? Los dit simpele sommetje op: *
10 - 2 =
Ook de gratis nieuwsbrief van de Stelling van Amsterdam ontvangen?
Schrijf je in  
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.