Ga direct naar inhoud

Deel via social media

Luchtoorlogsmuseum 'Fort Veldhuis'

Print

Beschrijving

In Heemskerk bevindt zich het Luchtoorlogmuseum Fort Veldhuis. In dit museum, dat gevestigd is in een fort onderdeel uitmakende van de Stelling van Amsterdam, wordt de restanten van Engelse, Amerikaanse en Duitse vliegtuigen, welke in de loop van de tweede wereldoorlog in Noord-Holland en de het IJsselmeer zijn neergestort, tentoon gesteld. De restanten van deze vliegtuigen zijn opgegraven en geconserveerd door de Aircraft Recovery Group 1940-1945. Deze stichting heeft tot doel: "Het bevorderen van de nagedachtenis aan en de inzet van het luchtmachtpersoneel in de periode 1940-1945 en de burgerslachtoffers van deze luchtoorlog" .Deze uitsluitend uit vrijwilligers bestaande organisatie doet reeds tientallen jaren onderzoek op het gebied van de luchtoorlog boven Nederlands grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door archiefonderzoek, gesprekken met ooggetuigen en overlevenden van vliegtuigcrashes probeert zij de gebeurtenissen, welke zich boven Nederland hebben afgespeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog, te reconstrueren. Vooral de persoonlijke belevenissen van de betrokken personen staan hierin centraal. Na het "papieren" onderzoek in de archieven wordt geprobeerd om met de verkregen informatie de juiste locatie te vinden waar een vliegtuig (Brits, Amerikaans of Duits) is neergestort. Indien in het wrak de mogelijke aanwezigheid van vermisten en/of bommen wordt vermoed, dan zet de Stichting ARG zich in om ervoor te zorgen dat de betreffende vermisten de passende begrafenis krijgen die zij verdienen, of dat de bommen worden geruimd. Indien een wrak geen vermisten en/of bommen bevat dan gaat zij over tot berging. De resultaten hiervan worden in het luchtoorlogmuseum van de Stichting, gevestigd in "Fort Veldhuis", tentoongesteld. Toegangsprijs: kinderen tot 8 jaar en houders Veteranenpas gratis, kinderen van 8 tot 12 jaar € 1,50 p.p., volwassenen € 2,50 p.p.

voor bezoekers

bezoekadres
Genieweg 1
1967PS   Heemskerk

Locatie

contactgegevens

postadres
Genieweg 1
1967PS   Heemskerk
(0251) 23 06 70
website
e-mail

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
Ben je geen robot? Los dit simpele sommetje op: *
19 + 10 =
Ook de gratis nieuwsbrief van de Stelling van Amsterdam ontvangen?
Schrijf je in  
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.