Ga direct naar inhoud

Deel via social media

Lezing "Mijn Lancaster"

Lezing "Mijn Lancaster"

Jos de Groot is een echte Lancasterliefhebber en sinds 2002 bezig met de bouw van een replica op ware grootte van de Front Center Section (de cockpitsectie) van de Avro Lancaster Mk I. 
Om er zeker van te zijn dat de cockpitsectie zo origineel mogelijk wordt zijn er ooit meer dan 21.000 tekeningen van de Lancaster aangeschaft. Deze tekeningen zijn kopieën van oude microfilm fiches en meestal van matige kwaliteit. De tekeningen die betrekking hebben op de bouw van het cockpitgedeelte van het vliegtuig zijn stuk voor stuk op de computer eerst in Photoshop gerestaureerd en daarna opnieuw getekend zodat ze weer leesbaar zijn en gebruikt kunnen worden voor de bouw.
Voor het Nanton Lancaster Society Air Museum, sinds 8 mei 2010 omgedoopt tot “Bomber Command Museum of Canada (BCMC), heeft Jos vier ramen gebouwd. Twee “sliding windows” en twee “side blisters” voor in de canopy. Een klus die voor de sliding windows (schuiframen) profielen vereist die niet meer voorhanden zijn en daarom helemaal opnieuw gemaakt moesten worden. Door 'out of the box' te denken en handig vakmensen in te zetten heeft hij de profielen en daarmee de sliding windows toch kunnen maken. Een originele Lancaster canopy kwam in ruil voor die vier ramen in een grote kist vanuit Canada naar Amsterdam en is inmiddels op de rompsectie geplaatst.
De afgelopen jaren is een grote verzameling originele instrumenten bijeengebracht. In de Lancaster cockpit zaten vier bemanningsleden: de Pilot, Flight Engineer, Navigator en Wireless Operator. Alle originele instrumenten van die vier bemanningsleden zijn inmiddels verzameld en al deze apparatuur komt uiteindelijk in de replica te staan. 
In de presentatie wordt dieper ingegaan hoe de Lancaster gebouwd is en hoe ontbrekende onderdelen naar originele specificaties zijn vervaardigd.
Deze lezing is uitstekend te combineren met een bezoek aan het museum.

Soort activiteit
  • Kunst en cultuur

waar & wanneer

prijs informatie
volwassenen € 5,00
kinderen € 2,00
Fort bij Aalsmeer (Aalsmeerderbrug)
Uitgebreide informatie Aalsmeerderdijk 460
1436 BM   Aalsmeerderbrug
wanneer
  • zaterdag 22 februari 13.00 uur - 15.00 uur

Kijk bij de veelgestelde vragen of maak een keuze hieronder.

U kunt nog 250 karakters intypen
naar boven

Begaanbaar deel van een inundatie in de vorm van een hooggelegen terrein, een weg, (spoor)dijk of een waterweg.

Verdedigingswerk dat een acces verdedigt

Onderstel voor een vuurwapen

Ook wel bolwerk. Vijfhoekige uitbouw van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Samenvoeging van een aantal stukken geschut in één organisatie.

Door een aarden wal van de vijand afgeschermde weg waarlangs manschappen en materieel konden worden verplaatst.

Het door metselwerk, beton of grondlaag bestand zijn van een gebouw tegen geschutsvuur.

Beschutte plek van waaruit de verdedigers de vijand kunnen bestoken.

Granaat gevuld met hoogexplosieve springstof.

Een (lage) uitbouw in een gracht van waaruit flankerend vuur kan worden gegeven.

Ook wel schotbalksluis. Tijdelijke waterkering, door het stapelen van balken in uitsparingen, om het water van een inundatie tegen te houden.

Militaire oefening

Zijwaarts gericht vuur.Groot flankement: ondersteunend vuur naar de nevenforten. Klein flankement: vuur dat de eigen omgeving van het verdedigingwerk bestrijkt.

Naar de vijand gericht deel van een verdedigingsweg.

Een onderdeel van het leger dat o.a. als taak heeft om tijdelijke en permanente verdedigingswerken te bouwen. De naam is afgeleid van het Franse woord ingenieur.

(houten) Loods waarin artillerie- en geniemateriaal werd opgeslagen.

Verzamelnaam voor vuurmonden.

Flauw aflopend talud dat buiten de fortgracht ligt en dat vanaf de frontwal met vuur kan worden bestreken.

(Betonnen) onderkomen voor manschappen, in de jaren ’30 onder andere toegevoegd aan het oostfront van de Vesting Holland.

Pantserkoepel die tijdens het geven van vuur omhoog wordt geheven om in rust weer te verzinken en onzichtbaar te worden.

Tabel die is aangebracht naast de geschutsopening om de bedieners van het geschut inzicht te geven in afstanden tot de doelen en de daarmee samenhangende geschutshoeken.

Onderwaterzetting waarmee een vijand op afstand wordt gehouden.

Ook wel inlaatsluis. Sluis die is aangelegd met als doel om water in een bepaald gebied in te laten.

Ruimte die tegen vijandelijk vuur is gedekt en die is voorzien van een schietgat waarachter een vuurwapen wordt opgesteld.

Van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk.

In de forten van de Stelling van Amsterdam is het een kazemat aan de keelzijde van een fort waarmee flankerend vuur op het voorterrein van de buurforten wordt gegeven en van waaruit de keelzijde wordt verdedigd.

Wet van januari 1853, waarin beperkingen waren opgenomen met betrekking tot het bouwen in de nabijheid van verdedigingswerken, de zgn. verboden kringen, om een vrij schootsveld te waarborgen.

Lineair stelsel van samenhangende verdedigingwerken.

Batterij die in de onmiddellijke nabijheid van een verdedigingswerk ligt en die taken uitvoert die vallen onder dit verdedigingswerk.

Waterzuiveringsinrichting die de kwaliteit van het drinkwater verbetert door er ijzer aan te onttrekken.

Stelling waarin terugtrekkende troepen kunnen worden opgenomen.

Batterij die achter pantserplaten is opgesteld.

Fort met één of meerdere gepantserde geschutsopstellingen.

Draaibare gepantserde geschutsopstelling.

Geschut voor frontaal vuur over grote afstand, direct gericht op de vijandelijke posities.

Vuur dat er op is gericht om vijandelijke artillerie uit te schakelen

Eenvoudig (tijdelijk) verdedigingswerk met kleine bezetting.

Ondergrondse, bomvrije verbindingsgang.

Laatste toevluchtsplek voor de verdedigers binnen een verdedigingswerk, dat zelfstandig kan worden verdedigd.

Bomvrije bergplaats voor geschut of ander onmisbaar materieel.

Gedeelte van en terrein dat onder vuur kan worden genomen.

Open binnenruimte van een fort.

Grondplan of plattegrond.

Benaming van het verband dat in 1922 ontstond door de samenvoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en het zuidelijk rivierenfront.

Wet van 18 april 1874 waarin de vestingwerken werden bepaald die deel uit gingen maken van de landsverdediging.

Aarden ophoging rond een verdedigingswerk, voorzien van een borstwering.